Emigreren
Emi-gre-ren: zich in het buitenland vestigen.
Vestigen
Ves-ti-gen: zich ergens ~ : er gaan wonen.
Bijna twee jaar geleden emigreerde ik, vestigde ik me in Ierland.
Ik vond er een baan, kocht een auto, vond hobbies, trouwde, creeerde een nieuw leven, een nieuw bestaan.
Op een mensenleven is twee jaar natuurlijk niet zo ontzettend lang. Maar twee jaar is wel lang genoeg om ergens deel van uit te maken, erbij te horen. Zou je zeggen.
En toch hè, ben ik nog steeds de 'Dutch girl', de foreigner.
Ik ben hier niet geboren, ben hier alleen komen wonen.
In Nederland echter ben ik 'die Anouk die naar Ierland emigreerde', of in ieder geval geen Wollukse Waalwijkse meer. Daar vertrok ik, zocht het geluk ergens anders.
Dus eigenlijk hoor ik er voor geen meter bij. Hier niet en daar niet.
Ik woon een beetje in Niemandsland.
En weet je? Ik vind het heerlijk.





