15 december 2014

Over de lelijkste kerstboom en de verlanglijstjes

Op een koude zaterdagochtend gingen wij op kerstboom jacht. Genoeg keuze hier, dus de perfecte boom vinden zou niet zo moeilijk moeten zijn. Denk je. We hadden zelfs voor we thuis vertrokken de maten opgenomen. 

Neem één ding van mij aan: zo'n boom ziet er in het bos altijd een stuk kleiner uit dan in je huiskamer.

En zo kwam het dat wij de grootste, lelijkste kerstboom ooit in huis haalden. 
Dat lelijk ding werd versierd en als je gewoon een beetje met je ogen knijpt, kan hij er nog best mee door.



De rest van het huis werd ook aangekleed en de kerstsokken kregen weer hun ereplaats bij de houtkachel. 


Ik vertelde afgelopen weekend ook aan 't Zondagskindje dat hij alvast na moest denken over zijn lijstje voor Santa. Waarna hij de legendarische woorden sprak: 'I don't need any tedootjes, I have enough speelgoed.' 
Nou, veeg mij maar op. 

Toch gingen we vanavond lijstjes schrijven. Want die slee gaat hun wel landen op ons dak volgende week. 



Lang geleden vond ik via Pinterest een voorbeeld lijstje, waarbij kinderen geen eindeloze cadeaus opschrijven. Ze kiezen vier dingen, en soms iets extras. 

Something I want
Something I need
Something to wear
Something to read

Briljant plan, want we moeten even niet uit het oog verliezen waar het nu allemaal eigenlijk om draait met kerst. Plus, wij houden niet van veel en overdreven en kijk-mij-eens. 


Maar 't Zondagskindje hield voet bij stuk; hij had niks te wensen. 

En dus kwam P met een suggestie: 'Wat nou als we iets vragen voor een kindje wat niet zo veel speelgoed heeft als jullie. Dan kun jij dat doorgeven.' 
Ja, dat was een prima plan vond hij. 

 
De lijstjes zijn verstuurd, naar 'Santa Claus, The North Pole'.
Via het Ierse postbedrijf zullen ze een brief van Santa terug krijgen. Ik ben heel benieuwd. 

En Santa komt hier natuurlijk deze week al een cadeuatje brengen. Zodat wij genoeg tijd hebben het naar de juiste instantie te brengen die ervoor kunnen zorgen dat het cadeautje daar terecht komt, waar het nodig is. 


Oh en we moeten ook nog een cadeautje maken voor eerste kerstdag volgens 't Zondagskindje. Want als we bij baby Jesus op bezoek gaan, moeten we wel iets meenemen. <3

01 december 2014

Een gastblog: Hoe doet ze dat toch?

Vandaag iets wat ik nog nooit eerder deed: een gastblog. Suzan is mijn oudste vriendin (in jaren, niet in leeftijd) en wilde graag eens vertellen hoe zij het ervaart dat ik hier woon. Lees mee! 


------------------------------------------------


En dan vertelt je vriendin (die je al je hele leven kent) dat ze verliefd is. Op een Ierse man. Twee jaar later verhuist ze naar Ierland en inmiddels is ze getrouwd, heeft ze twee mega schattige kids en leidt ze het Ierse plattelandsleven.


Inmiddels ben ik meer dan 10 keer (ik ben de tel al kwijt) in Ierland geweest om Anouk, man en kids te bezoeken. Het lijkt een heel eind Ierland, maar dankzij meneer Ryanair ben je er in iets meer dan een uur. Als we vanuit het vliegveld naar haar huis rijden, wordt het steeds rustiger. Minder huizen, geen snelwegen meer, geen lantaarnpalen en oh, dan houdt de verharde weg ook op met bestaan. Midden op de heuvel woont ze dan. Ondergedompeld in heel veel rust, heel veel stilte en heel veel natuur. De eerste dagen dat ik er ben geniet ik van de rust, de verse groenten uit de tuin en de wandelingen in de natuur.

Maar na een dag of twee begint het te kriebelen. Er is hier niks dichtbij. Geen winkels, geen buren (sowieso geen mensen in zicht), geen terrasjes, niet even op de fiets naar de markt en geen familie om de hoek. En dan vraag ik me toch iedere keer weer af: “Hoe doet ze dat toch hier…?” Maar ondanks dat ze af toe echt wel eens een baalmomentje heeft, heeft ze haar weg hier helemaal gevonden. Ze heeft het lekker druk met haar gezin, de tuin, de huisdieren, vrijwilligersactiviteiten, tripjes naar de familie en nog veel meer. En dan heeft ze óók nog tijd voor zichzelf, creatief bezig zijn, hardlopen en genieten van het leven op het Ierse platteland. Een 4-wheel drive en internet, maken de wereld wel een stuk gemakkelijker, maar ik wil toch even zeggen: m’n complimenten! Het lijkt mij toch echt niet gemakkelijk in zo’n vreemd land, in the-middle-of-nowhere en dat alles voor de liefde. Maar ze doet het gewoon, blik op vooruit en altijd positief de uitdaging die je tegenkomt te lijf gaan.

Als ik na een paar dagen rust weer in de drukte van Dublin Airport sta, adem ik diep in en geniet ik met m’n Starbuck vanilla latte en van de bruisende omgeving (en de wifi). Ik keer weer terug naar het volle, nooit stille Nederland waar je op iedere straathoek een supermarkt (of twee) hebt. En ik denk terug aan mijn goede vriendin, Anouk, ik ben super trots op je! Tot snel!

27 november 2014

Slaapconsulente, de sequel

In september zat ik, ten einde raad, tegenover onze huisarts en vertelde over onze slaapweigeraar. Want hij had nog immer vreselijk moeite 's avonds in slaap te komen, werd meerdere keren per nacht wakker en startte de dag zo rond zessen. Zij knikte begrijpend (zelf moeder van vier jongens waarvan de laatste even oud is als 't Zondagskindje en ook beroerd slaapt) en nam het standaard rijtje met me door; hoe is het bedritueel, is hij genoeg buiten, genoeg gestimuleerd, maar niet overgestimuleerd, verduisterende gordijnen, bla bla bla. Ik kan het allemaal dromen en we houden ons strikt aan alle regeltjes. Maar hij slaapt niet. 

Ze verwees ons door naar de kinderarts, hopend dat hij ons verder kon helpen of in ieder geval dingen uit kon sluiten. 

Ik verwachtte geen wonder. Want als die man in zijn vingers kon knippen en ons kind zou slapen dan had ik al lang over hem gehoord of gelezen tijdens al mijn onderzoek naar slaapweigeraars. 

Een heel vriendelijke arts onderzocht onze drie jarige en concludeerde dat wat wij natuurlijk al wisten: er is lichamelijk niks mis met het mannetje. En ook emotioneel en cognitief doet hij het prima. Het is een pienter kind. En daar wringt misschien wel de schoen. 

Ik schreef het al eerder: 't Zondagskindje is een denker. Hij vogelt in zijn hoofd precies uit hoe iets moet, waarom iets zo werkt. Altijd. Constant. Alles. 
Zijn hoofd maakt over uren. En hij weet niet hoe die molentjes stil te zetten. 

De kinderarts kwam, natuurlijk, met de suggestie 'laten huilen'. En er op tegen ben ik, tot op zekere hoogte, niet helemaal. Als Mr Finney ziek is geweest en dus uit zijn ritme dan laat ik hem ook wat huilen. Want daar is sprake van gewenning; hij is heel snel gewend geraakt aan papa of mama die hem in slaapt helpt. Twee dagen jengelen en hij is weer de oude. Bij 't Zondagskindje werkt het helaas niet zo. We hebben het heus geprobeerd. Vooral omdat we er van uit gingen dat hij wel zelfstandig kón gaan slapen, maar dat simpelweg (door gewenning) niet wilde. 

Nu hebben we echter een andere mening. Hij vraagt me inmiddels om hem te leren hoe hij moet gaan slapen. Hij doet zijn handen over zijn oren. Gaat op z'n hoofd staan. Hij probeert van alles om in slaap te vallen. Maar hij kan het niet. 

En dan moet ik nu ineens weg lopen? Zeggen 'nee, nu ben je drie, nu moet je het zelf doen'? Lijkt me niet. 

Ik vroeg de kinderarts dan ook wat ik hem daar mee leerde. Dat hij vraagt om iets te leren en in plaats van hem uit te leggen wat hij het best kan doen, laat ik hem alleen. In mijn ogen leert hij daar niks van. De kinderarts was het met me eens. En schreef een brief voor de slaapconsulente, die we al eerder bezochten, met zijn bevindingen en adviezen. 

Vanmiddag hebben we een afspraak. 
Ik vind het spannend. Niet omdat ik hoop dé oplossing te krijgen. Maar omdat als zij denkt ons niet te kunnen helpen het echt ophoudt. Dan is er verder niemand of niets meer om onze situatie te verbeteren. 

Als dat zo is, ga ik dit weekend nog een bed van 1.80 kopen zodat we er fatsoenlijk met z'n drieën in kunnen. 

20 november 2014

Dagelijks leven


Even een boswandeling; na twee minuten lag Mr Finney al languit in een plas. Hij wil de natuur van dichtbij beleven, ofzo. 


Één kind minder in huis, twee ochtenden in de week. Wat een rust. 


't Zondagskindje heeft het puzzel gen wat wel bekend is in mijn familie ook gekregen. Ik niet. Vandaar dat hij er waarschijnlijk ook zo goed in is; ik help hem niet, veel te saai. 


Puck kwam een paar dagen naar Ierland! En ze bracht haar papa en mama ook mee. Wat ze nou moest denken van die twee wildebrassen wist ze soms niet. Maar wat was het leuk ze zo samen te zien met z'n drieën. 


Een nieuwe eettafel moest er komen. God dank voor mijn handige echtgenoot. Want die maakte hem dus zelf. Binnenkort meer foto's en het verhaal erachter. 


Haak maar raak! Had ik nog niet vertelt hè? Ik haak. Haken is hip, dat u dat even weet. Ik bemachtigde eindelijk Zpagetti en ging er mee aan de slag. Wat een heerlijk spul. 


10 km hardlopen door het centrum van Dublin, in het donker. Een erg leuk evenement. Iedereen met knipperende armbandjes. En een nieuw PR: 1:03:25! 







16 november 2014

Sinterklaas & Santa Claus: hoe combineren wij dat?

Als je opgroeit in een gezin met verschillende nationaliteiten krijg je natuurlijk 'the best of both worlds'. Maar om nou Sinterklaas én de kerstman een volle lading te laten bezorgen, is natuurlijk overdreven. 

Nu 't Zondagskindje drie is en naar preschool gaat, snapt hij echt wie Sinterklaas en Santa zijn en vooral wat ze doen. We vinden het belangrijk en leuk om beide tradities uit te leggen en te 'vieren'. Maar hoe pakken we dat nou het best aan, zonder dat ons huis eind december op een speelgoedwinkel lijkt? 

Sinterklaas maakt er wel een langgerekt verhaal van hè? Komt midden november al aan in Nederland. Vanaf die tijd wordt al regelmatig de schoen gezet. Dan komt hij vaak nog bij opa en oma thuis, op school, op de gym/hockey/voetbal/zwem/paarden club, op papa en mama's werk. En dan als klap op de vuurpijl is er 5 december! 

Eigenlijk is de kerstman voor ons ouders veel makkelijker; die man komt één keer, op kerstavond, en daarmee is het klaar. Ook dan krijgen de kinderen meestal wel een cadeautje bij opa en oma of bij oom en tante, maar in mindere mate dan bij Sinterklaas. 

Maar we lijken een plan te hebben. 

Vanmiddag kijken we de intocht van Sinterklaas. Gisteren was een drukke dag en eerlijk, we wonen op veilige afstand van Nederland dus dat hij eigenlijk gisteren al aan kwam, weten de jongens niet. Verder staat er ook nog pepernoten bakken op de planning. 

Maar de schoen zetten, daar doen we hier niet aan. Want het is heel simpel: Sinterklaas is in Nederland, dan kan hij niet ook nog 's nachts op en neer galopperen naar Ierland. Het goede nieuws is dat de jongens beide vorige week post kregen van opa en oma. Ze mogen daar, samen met nichtje Puck, de schoen komen zetten! Dus vliegen we begin december een weekendje naar Nederland. (En aangezien het allemaal mee terug moet kunnen, is de hoeveelheid en omvang van de cadeaus beperkt). Ik zelf heb mijn wensen voor dat weekend ook doorgegeven: boerenkool met worst, een chocoladeletter en mikkemannen. 

En dan hebben we nog Santa. Op kerstochtend zijn we fijn met z'n vieren thuis en schat ik dat we wel wat onder de boom zullen vinden. Maar dit houden wij altijd beperkt; alles om niet toe te voegen aan die stapel lichtgevend en geluidmakend plastic. Daarna vertrekken we naar Dublin voor het kerstdiner in Nanny's huis en met een beetje geluk ligt daar ook iets. 

De jaren dat we niet in Nederland zijn met Sinterklaas zijn er dus ook geen Sinterklaascadeaus en als we met kerst niet in Ierland zijn, zijn er hier geen kerstcadeaus. Je moet het, voor zowel jezelf als de kinderen, niet moeilijker maken dan het is. 

En als u me nu even wil excuseren, ga ik de Little People Sint, Piet en paard zoeken. 

13 november 2014

Swap till you drop


Een gewone donderdag morgen. Ik stond de vaatwasser leeg te ruimen. En ineens: 

W O O S H !

Een ontzettende brainwave. Ik maakte een What's App groep aan, gooide het idee in de groep en binnen no time kwamen de enthousiaste reacties binnen. 

Op Instagram zag ik de laatste tijd veel swaps voorbij komen. Sommige vrij groot opgezet, met wel 800 deelnemers. Veelal met de nadruk op interieur. En ik kreeg er een beetje een 'kijk mij eens creatief zijn' en 'kijk eens hoeveel tijd en geld ik wil investeren in deze swap' gevoel bij. Terwijl ik het eigenlijke idee, iets maken voor iemand en dat gezellig opsturen, wél leuk vind. Verder waren deze swaps in Nederland georganiseerd en werd het lastig met naar het buitenland versturen, ivm verzendkosten en -tijd.

Dus organiseerde ik mijn eigen swap. Met mijn eigen vriendinnen en vriendinnen van vriendinnen. Zo simpel kan het soms zijn. 

Het idee is simpel: zelf iets maken voor iemand uit de groep. Je mag niets kopen, alles wordt gemaakt met materiaal wat je al in huis hebt (of bij je moeder uit de keukenla 'leent'). Het moet gebaseerd zijn op drie steekwoorden die je swapmaatje heeft opgegeven. En het moet in een A4 (bubbel) envelop passen. 

Inmiddels zijn de namen verdeeld en wordt er al flink inspiratie opgedaan en plannen gemaakt. Om de drukke maand december te vermijden, hebben we een verzenddatum in januari gekozen. Dan wordt die saaie grijze maand ook weer wat leuker. 

Ik heb de andere swapsters gevraagd af en toe een teaser te laten zien in de WA groep, zonder duidelijk te maken voor wie het is. Als er wat teasers binnen zijn, zal ik die hier natuurlijk laten zien. 

Ik ben nu al benieuwd wat er straks bij wie op de deurmat valt!

29 oktober 2014

Over acceptatie

Toen ik ruim twee jaar geleden mijn ontslagbrief overhandigde, was het plan om twee maandjes thuis te zijn en daarna weer te gaan solliciteren. Maar die september stond ik met een positieve zwangerschapstest in m'n hand en dus negen maanden later met een baby op de arm. 

Na de geboorte van Mr Finney hield ik de banensites en krant in de gaten maar een echt geschikte baan kwam niet op mijn pad. 

Het feit wil namelijk dat we het best redden zo, op één inkomen. Wonen op het platteland betekent dat er in de directe omgeving zeer weinig banen te vinden zijn en ik richting Dublin zal moeten reizen wat al snel drie uur reistijd per dag met zich mee brengt. Tegen de tijd dat kinderopvang- en reiskosten van mijn potentiële salaris af zijn, blijft er niet genoeg over om het dat gereis en de opvang waard te maken. Alleen omdat ik wíl/vind dat ik móet werken. 

Want zo is het, weet ik nu. 

Ik heb het best moeilijk gehad met thuis zijn. Ik heb de druk gevoeld, van mezelf en anderen, dat werken erbij hoort, iets is wat je gewoon doet. Ik had het gevoel toe te moeten voegen aan de maatschappij, dat je pas mee telt als je werkt. Ik heb gestudeerd, verspilde nu al die vergaarde informatie. Zelf dit blog ging alleen nog maar voor het moederen. Dit was nooit de planning geweest! 

Daar wringde de schoen ook vooral: mijn leven liep niet zoals we hadden gepland/gedacht. En daarmee had ik geen idee waar het me naar zou leiden. 

Deze gedachtes in combinatie met de verbouwing en het slaapgebrek maakte dat ik het maar niks leuk vond. Wat dééd ik nou voor zinnigs? 

Maar ineens lijkt het lichter in mijn hoofd. De laatste twee/drie maanden lijk ik het zowaar fijn te vinden thuis te zijn. Er is een soort acceptatie gearriveerd in mijn hoofd. Eindelijk

En wat ik nou voor zinnigs doe? 
Ik breng onze kinderen groot. 
Ik ben er voor de eerste hapjes en eerste stapjes, ik ben er voor de tranen en de kusjes, ik ben er om mét ze te spelen en om ze te zíen spelen, ik ben er als ze wakker worden en als ze gaan slapen. 
Ik ben er. 

05 oktober 2014

Dublin Race Series - Race 4: Half Marathon

Qua voorbereiding ging het tijdens de aanloop naar de HM net zo lekker als toen met de 10 Mile. Beroerd en te weinig dus. We hadden een jarige en een vakantie en en en. Dat dus. Maar op één of andere manier was ik dit keer veel rustiger. Ik had meer het 'ik zie wel waar het schip (waarin ik hetschip was natuurlijk) strandt.

Voor de jongens zou het te lang zijn. Ze gaven ook niet echt veel zon aan, dus om te voorkomen dat ze verveeld en koud zouden worden, bleven ze thuis en paste vriendin W op ze. Dit betekende ook dat Manlief meer bewegingsruimte had, want het loopt nou eenmaal een stuk sneller zonder wandelwagen en buggyboard. 

We vertrokken iets na achten en onderweg at ik mijn banaantje. Ik dronk een flesje energiedrank, gatver! Maar ik wilde het lege gevoel van de 10 Mile voorkomen. 

Daar aangekomen, maakte ik mijn spullen in orde; racenummer opspelden, bottlebelt om doen, dat werk. Tas ingeleverd en nog 'even' naar het toilet. Dat duurde iets langer dan verwacht. Wat een mensenmassa! 8.000 deelnemers, wauw! 

Ik begaf me naar mijn startvak. Dat van 120+ minuten. Wel realistisch blijven hè. Ik had een beetje 2:20 in mijn hoofd gehad toen ik aan deze serie begon. Maar wist niet of het haalbaar zou zijn door het weinige lopen. Als het maar niet langer dan 2:30 was. 

Tien uur, startschot. Die eerste 2 Miles is het druk. Het is een relatief smal weggetje waar 8.000 mensen hun plekje in de groep proberen te vinden. Inhalen, links er langs, even over het gras. Ga ik te snel? Houd ik dit 13.1 Miles vol? Naast me vertelt een vrouw tegen haar loopmaatje dat ze die eerste Miles nooit leuk vindt. Dat ze liever bij de 8 Miles is. Wat een rare denk ik, bij 8 Miles ben je kapot man. Achteraf heeft ze natuurlijk gewoon gelijk. 

Na anderhalve Mile zie ik Manlief. Dat er 'maar' 6.000 man voor me loopt zegt hij. Dat betekent dat er 2.000 áchter me lopen denk ik. Zo. 

De groep spreidt zich uit, de snellen gaan SNEL. We lopen inmiddels op een bekende route. Het saaie stuk. Althans, zo heb ik het de vorige keer ervaren. Ik herinner mezelf eraan iedere Mile wat te drinken. 

3 Mile, waterstop. Negeren, water heb ik zelf bij. Maar man wat moet ik plassen. Ik overweeg een boom te zoeken. Maar dat betekent stoppen en dus daarna weer een ritme zien te vinden. Ik twijfel. Ik twijfel anderhalve Mile. Dan lopen we weer de drukte in, publiek, plassen achter een boom is geen optie. Doorlopen. 

Net voor de 5 Mile staat Manlief weer. Ik loop lekker. Ineens zie ik toiletten. En realiseer me dat ik helemaal niet meer hoef. 'Nu wordt het weer lekker vlak', zegt één van de stewarts. Ik had niet gemerkt dat we omhoog liepen. 7,5 Mile; water en flesjes energiedrank. Ik neem er één en neem me voor het helemaal leeg te drinken. Niet drie slokken en dan in de berm mikken. Ik zie Manlief weer en weet dat dat de laatste keer tot de finish zal zijn. 

En ja hoor, net als vorige keer zitten de eerste gefinishte lopers al in het gras. Ik heb nog 8 kilometer. Maar ik loop wel lekker. Ik begin weer te rekenen; Miles naar kilometers en terug. Maar bij 9 Miles begin ik toch wat moe te worden. Ik ga me focussen om mijn lichaam en hoe ver ik nog moet, in plaats van hoe ver ik al ben gekomen. Ik raak m'n ritme kwijt. Gelukkig heb ik mijn oordopjes tóch meegenomen. Ik plug ze in mijn telefoon en start de 'running' playlist. Ik zet de muziek op standje 'net iets harder dan gedachtes in mijn hoofd'. Lekker, afleiding en het juiste ritme. 

Bij 10 Mile rennen we Phoenix Park uit en is het 2 Mile over de weg. Ik drink mijn laatste slokken energy drank en gooi het flesje in een prullenbak. Om me heen wordt veel gewandeld. Maar ik ken dit stuk. Ik weet waar het omhoog gaat en hoe ver het nog is. Dat helpt.  

We draaien het park weer in en de laatste 1,5 Mile gaan in. Mooi stuk dit, wat heuvelachtig maar niks geks. Ik heb nog steeds niet op mijn telefoon gekeken om mijn tijd te controleren. Ik loop nog steeds lekker, maar schat in dat de 2:20 niet haalbaar is. 

Alsof mijn lichaam weet dat ik er bijna ben, begint mijn heup pijn te doen. Nog even doorzetten. Negeren dus. Vlak voor de finish pak ik mijn telefoon en check toch de tijd. Tegelijkertijd zie ik Manlief. 'Ruim onder de 2:30!' roept hij. Ik had mijn tijd gezien en wist dat ik nu rond de 2:19 zat. Dus ik zeg tegen hem dat als ik nu heel hard ren ik nog onder de 2:20 binnen kan komen. Ik trek een sprintje. Nooit geweten dat je dat nog in je kan hebben na 21 kilometer. Ik zie de klok, de omroeper noemt mijn naam, de 2:20 ga ik niet halen. Maar who cares? 



Met 2:20:29 kom ik over de streep. 

Wat ben ik blij!
Er zijn drie tranen, een banaan en een flesje drinken. 
Dan wandelen we terug naar de auto. 

Been there, done that, got the t-shirt.

29 september 2014

Dagelijks leven

Meer dan een maand sinds ik voor het laatst schreef. Heb ik dan niks meegemaakt of gedaan sindsdien? Jawel. Zo veel zelfs dat ik geen tijd had erover te schrijven. 

Een kleine greep uit augustus en september: 


't Zondagskindje werd drie! Met z'n vieren pakten we de trein naar Dublin, op zoek naar een helm voor bij het klimharnas dat hij ook kreeg. 


Mijn verjaardagscadeau van Manlief werd bezorgd. Precies zoals ik het in mijn hoofd had. Ik ben er heel blij mee. 


Vakantie! We namen de boot naar Franrijk en zaten tien dagen in de zon op het strand/in het zwembad/voor de stacaravan/op de fiets. Het was heerlijk! 


Kleine kindjes worden groot en dus ging 't Zondagskindje voor het eerst naar preschool. Twee dagen per week (9-12.30). De eerste dag wilde hij al niet meer mee naar huis. Volgens mij is dat een goed teken. 


Z'n broer op school betekent voor Mr Finney wat één op één tijd met mij. Fijn voor ons beide. 


Toen was het 'ineens' 20 september; de dag van de halve marathon van Dublin. Maar daarover later deze week meer. 


En om de bizar drukke september goed af te sluiten vierden we afgelopen zaterdag dat we eerder deze maand vijf jaar getrouwd waren en dat ons huis ein-de-lijk af is! Ik stond twee dagen in de keuken, maar dan heb je ook wat. 

Kom maar op met oktober. 




27 augustus 2014

Dublin Race Series - Race 3: 10 Miles

Man, man, wat een twijfel.

'Wie houd ik nou voor de gek, denkend dat ik 16 kilometer kan hardlopen?'
'Duizenden mensen doen dit. Dan moet ik dit toch ook kunnen?'
'Besluiten niet te gaan, zou op zich ook een overwinning zijn. Een overwinning op mijn koppigheid.'
'Failure is not an option. Ever.'



Er werd weinig gelopen de afgelopen maand. Augustus is druk en slecht slapen betekent weinig energie. Het laatste waar ik 's ochtends om 7 uur, na een gebroken nacht, zin in heb, is hardlopen. Het laatste waar ik 's avonds om acht uur zin in heb, na een drukke dag met de jongens en een moeilijk bedritueel, is hardlopen. 

Maandag voor de race liep ik even. Drama. Dat was echt drie keer niks.
Donderdag was het erop of eronder; ik besloot acht kilometer te lopen (de helft van wat ik zaterdag zou lopen) en dan besluiten te gaan of niet. Die acht kilometer gingen verrassend goed. Gaan dus.

Om half tien kwam ik aan, leverde mijn tas in. Brrrrr, koud zo in mijn hempje. Misschien toch de verkeerde kledingkeuze gemaakt? Ik wandelde naar mijn startersvak en spontaan brak de zon door.



Iets over tien ging het startschot voor mijn vak. Wat een drukte; 5800 deelnemers!
We renden de zon tegemoet.

Na ongeveer anderhalve mijl zag ik ineens Manlief en de jongens staan. We zwaaiden, hij riep iets van 'nog maar negen te gaan!' en toen waren ze alweer uit het zicht. 

Die linker heup. Hmmmm. Toch niet helemaal 100%, zo bleek. Maar het voordeel van een race is dat er zo veel afleiding is. Mensen, nieuwe omgeving, de irritante muziek van iemand net achter me. Je vergeet, bijna, je eigen 'gevecht'. 

Mijl 2 en 3 gingen niet zo vlot; ik greep me vast (figuurlijk hè mensen, figuurlijk) aan een koppel dat een voor mij fijn tempo liep en volgde hen op de voet. Ik moest een ritme vinden. 

Net na het 3 mijl bord de eerste waterstop. Maar wat was ik blij met mijn eigen waterflesjes. Ik heb daarmee een constante toegang tot water en hoef niet al rennend uit een bekertje te drinken. Ik raak het koppel kwijt, zij drinken wat. 

En dan ineens gaat het lekker. Ik kan zowaar glimlachen. Zie mensen (heel veel mensen) voor me en haal er een paar in. Ik klets wat met een mede moeder hardloopster over haar kotsend kind die nacht en mijn slaapweigeraars. En dan ineens ben ik halverwege. 5 mijl. 

Maar hé, daar zit iemand in het gras. Met een paars tshirt aan. Het paarse tshirt dat je krijgt BIJ DE FINISH! Holy shit; deze jongeman is al gefinisht. Ik ben pas halverwege. Ik vind het vrij hilarisch. (Later bleek de winnaar te zijn gefinisht in 49:42. Dat is niet normaal). 

Ik loop weer op de weg waar we startten, met m'n gezicht in de zon. Wat heerlijk. 

Ik zie ze al lang voor zij mij zien; Na 6 mijl staat mijn cheerleading team weer paraat. Precies op het goede moment. Ik vind mijn 'second wind' en loop heerlijk door naar het 7 mijl punt. 

Vanaf daar begint het rekenen; hoe ver is dat in kilometers? Als afleiding. Voor we startten vertelde de omroeper over de vlakke eerste 8,5 mijl en de heuvelachtige 1,5 laatste mijl. Ik maak me een beetje zorgen. Zeker als ik tussen de 8 en 9 mijl merk dat ik honger krijg. Ik drink water om een vol gevoel te faken. Het werkt. 

Ik bereid me voor op het bergopwaarts. 
Zo'n 800 meter gaat het omhoog. Maar niet stijl, glooiend. Vind ik. Vindt mijn lichaam. Mijn lichaam dat redelijk gewend is aan het lopen in het Wicklow Mountains gebied. Andere hardlopers hebben het er echter moeilijk mee. 

Is mijn lichaam toch sterker dan ik dacht. 

Die laatste mijl zweef ik zo'n beetje. Wat fijn dit. Ja ik ben moe, ja ik heb honger, ja mijn heup is niet blij. Maar als ik er 9 op heb zitten, kan die tiende ook nog wel. 

400 meter voor de finish roept de omroeper mijn naam op. Nice. 



Ik kom glimlachend over de streep. 


07 augustus 2014

De tegenpolen

Mr Finney was een maand of tien toen mijn vader het al zei: 'Daar krijg je het nog mee te stellen'. 

't Zondagskindje was/is geen extreem makkelijk kindje; alles, alles, alles ziet hij, onthoudt hij en moet hij dan verwerken. Zijn hoofdje werkt belachelijk hard om alles te leren, te kopiëren en een plekje te geven. Maar als je nog geen drie bent, betekent dat vaak een overload. Het is soms gewoon te veel. Dat resulteert bij hem voornamelijk in problemen met slapen; ook dan kan zijn hoofd niet stoppen. (Dit is overigens al zo vanaf dag één. Ik vergeet nooit dat hij 24 uur oud was en weigerde te slapen. Voeden, wiegen, inbakeren, het werkte niet. De verloskundige en ik hebben hem uiteindelijk om drie uur 's nachts in bad gedaan in de hoop hem rozig te maken. Dat werkte, voor een uur of twee). En ik hoef niet uit te leggen wat te weinig slaap met een peuter doet. 

Omdat 't Zondagskindje dus (soms) zoveel energie vraagt, een redelijke gebruiksaanwijzing heeft, van regelmaat en voorspelbaarheid houdt, dachten wij dat Mr Finney dus een makkie werd. Het kind slaapt (of in ieder geval beter dan 't Zondagskindje), past zich aan en heeft geen last van overstimulatie. Appeltje eitje. 

How wrong were we! 

Mr Finney is onze boef, onze sloper, onze Houdini, onze zichzelf woedend op de grond gooier, onze kamikaze, onze doener. 

Niks is veilig. De hoeveelheid speelgoed en huis gerei dat hij al heeft gesloopt is ongelofelijk. Hoe vaak ik hem al van de bovenste tree van de trap heb geplukt, is ontelbaar. Stampvoeten, gillen uit frustratie. Veertien maanden hè, pas veertien maanden. 

't Zondagskindje speelt uren met tractors, graafmachines, dump trucks, blokken, hamers, stenen. Hij bouwt, in zijn eigen wereldje. 

Mr Finney voetbalt, heeft alleen interesse in blokken torens als hij ze mag omgooien en maait de tractor door de kamer als hij er niet op kan klimmen. 

Daar krijgen we het nog mee te stellen. 

29 juli 2014

Brandweerman Sam, eat your heart out!

Soms vraag ik me echt af hoe het toch komt dat ik niet meer gedaan krijg op een dag dan de 'bare minimum' en heel soms een extraatje. 
Moet ik beter plannen? 
Werk ik te langzaam?
Hoe doen anderen dat toch?

Dus besloot ik een paar dagen écht op te letten wat ik deed en hoe lang ik er over doe. Dan zou ik het euvel zó op kunnen lossen. Dacht ik. 

Ik heb besloten een rood pak te vragen voor mijn verjaardag volgende maand. Zo-een met een helm. En reflexterende strepen. En dan moet Manlief mijn auto even overspuiten. En er een ladder en spuit op monteren. 

Want eigenlijk ben ik een verijdeld brandweervrouw. 

Brandjes blussen is alles wat ik doe. Het ene noodgeval na het andere komt binnen op de 112 mama-lijn. 

Voorbeeldje:
Na het ontbijt wil ik de tafel afruimen, vaatwasser leeghalen en een was aanzetten. 
Als dat een half uur duurt, dan doe je het op je gemak. 

Maar dan. 
'Ik moet plassen! Mama, even helpen.' (ik help 't Zondagskindje naar de wc, ik 'moet' blijven want hij kan echt met geen mogelijkheid zelf zijn broek omhoog doen, zegt 'ie)
RINKELDEKINKEL (Mr Finney heeft een kommetje uit de vaatwasser, die ik aan het leeghalen was toen ik werd geroepen voor het wc-noodgeval, getrokken en laat dat op de keukenvloer kapot vallen. Ik ren naar de keuken en trek hem, met z'n blote voetjes, tussen de scherven vandaan.)
'Mama, ik ben klaar! Helpen!' (Ik neem Mr Finney mee naar de badkamer en help 't Zondagskinjde van de wc. Mr Finney ziet zijn kans schoon, pakthet uiteinde van de toiletrol vast en rent weg. Badkamer bedolven onder papier. Opruimen, kinderen de deur uit bonjouren en deur dicht)
Stofzuigen, want scherven en splintertjes. 
'Whewhewhewhe' (Mr Finney is bang voor de stofzuiger en dus zuig ik met 12 kilo peuter op de heup de hele hut)
Warempel, het speelt. Dus naar boven, was in de mand en naar de schuur. 
'Whewhewhewhe' (nog voor ik de deur uit bent, staat Mr Finney te huilen. Hij speelt ergens mee en 't Zondagskindje bedacht net dáár mee te willen spelen. Bijna drie vs 14 maanden is een ongelijke strijd. Ik spreek 't Zondagskindje toe en leidt Mr Finney af met iets anders. 
Was in machine, aanzetten, naar binnen. 

ANDERHALF UUR LATER is de tafel afgeruimd, de vaatwasser leeg en draait het wasmachine. 

Het is pas 10 uur.
Gelukkig heb ik nog een hééééééle lang dag voor me liggen om allerlei nuttige dingen te doen. Of zoiets.

26 juli 2014

Dagelijks leven


Jaren riep ik dat ik hortensia's wilde. Vorige jaar plantten we ze en dit jaar stonden ze al prachtig in bloei. 



Soms moet je het onaangename met het aangename verenigen; wat boodschappen doen en een lekker broodje eten.



We moesten er echt aan geloven; Mr Finney moest naar de kapper. 
Hij vond het allemaal wel prima. Maar als je in een vliegtuig zit, heb je natuurlijk sowieso al lol.  



10 uur: koffie tijd.
En fruit en drinken voor de jongens. 
'Nana' is de all-round favoriet.  
 


Nanny heeft een piano in huis. Zij liever dan ik. ;-)



Zondag was race nummer 2 in de Dublin Race Series; 10 kilometer. 
Daarover dit weekend een logje. 



 We willen dolgraag met de jongens gaan kamperen. Maar hoe zou dat dan met de slaapweigeraar, aka 't Zondagskindje, gaan? We besloten te oefenen, in eigen tuin. Het duurde zo'n twee uur voor hij in dromenland was, maar vervolgens sliep hij de hele nacht. Iets wat hij al in geen weken heeft gedaan. Ik denk erover een tent in zijn slaapkamer te zetten.

10 juli 2014

What a difference a day makes

Om maar met de deur in huis te vallen; 't Zondagskindje maakt er weer een potje van als het op slapen aan komt. 

Iets meer dan een maand geleden deden we hem zijn allerlaatste luier om en drie dagen later was hij zowel overdag als 's nachts droog. Ideaal! Die eerste nachten was natuurlijk wennen en werd hij geregeld wakker. Daarna voornamelijk vroeg in de ochtend; een lichtere slaap en een lichaam wat merkte dat de blaas vol was. Twee weken geleden werd hij ook nog ziek en toen was het feest compleet. 

Hij wordt nu regelmatig 's nachts een keer wakker en is om uiterlijk half zes wel klaar met slapen. Denkt hij. Dat is allemaal leuk en aardig, zo voor een dag of twee. Maar het lontje is kort en de energielevels laag. 

Vanochtend meldde hij zich om kwart over vijf, nadat hij ook rond middernacht al wakker was geweest. Hij blieft dan ook niemand anders dan MAMA. Ja, ik voel me ontzetten vereerd, dat snapt u. Hij kreeg het vandaag voor elkaar ook zijn broertje wakker te maken, dus wij hadden voor zessen al twee wakkere kinderen. Dat maakt voor een lange, lange dag. 

Sommige dagen kan ik me er overheen zetten. Sommige dagen niet. 
Vandaag was zo'n 'niet' dag. Het was even op. We hadden tijdens het ontbijt al ruzie. Er werd gejengeld en aan haren getrokken en geduwd en een beker melk omgegooid. 

'Wat doen wij nou zo ontzettend verkeerd?' denk ik dan. En meer van dat soort twijfels. 

Maar de dag draait gewoon door. Zo blijkt. De was werd aangezet, de vaatwasser uitgeruimd. De jongens speelden wat (zonder elkaar de hersens in te rammen!). Mr Finney ging om elf uur naar bed en ik besloot wat één op één tijd met 't Zondagskindje te doen; puzzels en meer van dat soort educatieve spelletjes. Dat was fijn en nodig. We lunchten samen en keken wat Nijntje filmpjes op YouTube toen bleek dat om kwart over vijf opstaan toch wel vermoeind is als je nog geen drie bent. Pas om iets voor twee meldde Mr Finney zich, die ik vervolgens wat te eten gaf en daarna speelden ze heerlijk buiten.  

Voor zevenen lagen ze beiden in dromenland en ging ik nog een heerlijk rondje hardlopen (met dit keer de 8 km wél onder de 50 minuten). 

Ik begon de dag als een hoopje ellende en eindigde hem opgewekt, sterk en energiek. Dat zal niet altijd lukken, maar het is fijn om te zien dat het kan.

30 juni 2014

Dublin Race Series - Race 1: 5 Mile

Heel even zag het er naar uit dat ik niet kon lopen afgelopen zaterdag. Dinsdagavond was er ineens een koortsig Zondagskindje dat vervolgens het virus aan mij door gaf. En zo lag ik vanaf donderdagavond in bed met koorts, hoofd-, keel- en oorpijn, dat werk. 

Maar ik wilde zo graag. Want 1/4 van een serie niet lopen, is dus de serie niet compleet. Lijkt me niet de bedoeling. Dus deed ik iets met slapen en water drinken en PCM slikken en ik voelde me zowaar vrijdagavond weer redelijk ok. 

Om iets over negen kwam ik aan in Phoenix Park. Ik keek even rond, dronk nog wat, leverde mijn tas in. Ik zocht mijn startersvak op. Ik twijfelde; 5 Mile (8 kilometer), mijn doel was onder de 50 minuten te blijven. Dat was haalbaar. Normaal gesproken. Maar er sluimerde nog behoorlijk wat ziektekiemen in mijn lichaam die ik onder controle hield met paracetamol. Wat zouden die gaan doen tijdens de loop? Maar als ik zou kiezen voor 50+ minuten, tja, dan gaf ik eigenlijk al op voor ik uberhaupt begon. En dus maakte ik mijn keuze. 



Om tien uur vertrok de eerste groep en enkele minuten later volgde ons startschot. 



Het zonnetje scheen nog wat en het was fijne vlakke weg. De afstanden werden aangegeven in miles; dat is toch wel een beetje onwennig als je echt alleen kilometers gewend bent. Dat eerste bord kon dus ook niet snel genoeg komen. 1 Mile achter de rug, 1,6 kilometer. 

Veel mensen haalden me in. Mijn benen voelden zwaar. Dit werd bikkelen, wist ik nu al. Maar ik probeerde te focussen op het bord met 2 Mile. Net daarna zouden Manlief, 't Zondagskindje en Mr Finney staan. We zwaaiden en ik ploeterde voort. 

Halverwege was er een scherpe bocht naar rechts. En ik zag mensen bergopwaarts gaan. 'Here we go' dacht ik. Bergopwaarts en ik, wij zijn nog steeds geen vrienden namelijk. Maar het ging. En ik liep door. 

Ik passeerde het 3 Mile bord en keek eens achter me. Want ik werd door zo veel mensen ingehaald steeds dat ik me afvroeg of ik niet al laatste was. Opluchting, nog een hele sliert achter me. 

Het Mile 4 bord liet op zich wachten. We gingen omhoog en omlaag. Maar ik kon niet versnellen bij het omlaag gaan. Ik moest vasthouden aan mijn stabiele tempo, mijn benen konden niet anders. Wandelen deed ik niet. Ik overwoog het, eerlijk toegeven. Maar na mijn vorige race (in het erg heuvelachtige Wicklow, waar ik 2 keer had móeten wandelen) zei iemand: 'Nee, ik heb niet gewandeld. Ik heb heeeeeel langzaam gerend. Want daar ben ik hier voor.' En ze had gelijk. Dus rende ik. Heeeeeel langzaam.

Die laatste Mile. Regen. Eerst wat druppels. Toen regen. De laatste 800 meter echte regen-regen. Zou Manlief de kinderen naar de auto hebben gebracht? Ik weigerde op mijn telefoon te kijken om mijn tijd te controleren. Ik wíst dat het niet snel genoeg was voor mijn streeftijd. Maar ik wist ook dat ik niet de energie had om nog te versnellen. En dat ik dus allen maar chagrijnig zou worden van de tijd die mijn telefoon aan ging geven. Gewoon doorlopen en finishen. 

51;56
8.23 Km
Done.



Ik kreeg mijn race t-shirt, een banaan, goody bag, rugzakje. En liep door. 
Ik moest mijn tas gaan halen en het begon steeds harder te regenen. 
'Oh kijk, daar zijn ze aan het stretchen. Moet ik ook even doen, eigenlijk.' 
En toen hield het op met regenen. En begon het te hozen. 
Ik schuilde onder een boom en belde Manlief.
Die bij de finish stond. Met 't Zondagskindje. En Mr Finney. In de hoosbui. 

We vonden elkaar en hij rende zo snel mogelijk naar de auto terwijl ik mijn tas haalde. 
Tja, natter dan dit ging ik toch niet meer worden. 



We kleedden de kinderen om. Ik trok ook droog spul aan en we reden naar huis. 

Ik vergat alleen te stretchen.
Dus had ik twee dagen plezier van deze 5 Mile. 


16 juni 2014

Vriendjes

Ik zit naast zijn bedje. 
Hij was wakker geworden. 
Mijn hand op zijn rug was genoeg om hem terug te sturen naar dromenland. 

Zijn ademhaling wordt langzamer en dieper.
En ik denk aan de moeizame dag die we hadden; geen van beide met een goed humeur. 
Hij testte mijn grenzen en ik was koppig genoeg om hem er niet overheen te laten gaan. 

Maar wij zijn vriendjes.


10 juni 2014

Weekmenu

De weekmenus gaan hier nog gewoon door. Af en toe sla ik een weekje over. Om er vervolgens op dinsdag al achter te komen dat het toch echt makkelijker is mét menu. 

Het samenstellen van zo'n menu is natuurlijk niet bijster moeilijk. Ik hou me aan een paar kleine 'regeltjes' en de rest komt vaak vanzelf;
- Maximaal twee keer per week aardappelen, pasta en rijst. Variatie is het sleutelwoord. 
- Wissel vis, kip, rundvlees en varkensvlees af. Ik ben zelf geen varkensvlees-fan en dat komt dus ook niet heel regelmatig op tafel. Maar omdat ik graag wil dat de jongens 'alles eten' zorg ik voor, jawel, variantie.
- Één keer per week vegetarisch. Daar maak ik geen grote ophef over, want ik zit met drie mannen aan tafel en mannen houden van vlees. Maar als je het er niet over hebt, merken ze er vaak niks van. 
- Één keer per week eten Manlief en ik als de kinderen op bed liggen. Samen, iets makkelijks, vaak lui op de bank. 
- Als er een keer iets tussen komt en een bepaalde maaltijd wordt niet gemaakt, schuift hij door naar de volgende week. Om de simpele reden dat ik de ingrediënten vaak al in huis heb. 
- Ooit had ik nog de regel, of beter gezegd ambitie, om eens per week iets nieuws te koken. Op het moment komt dat er niet altijd van. Maar het is een mooie manier om te voorkomen dat je vaak hetzelfde op tafel zet. 

Maar wat eten we dan deze week? 
Nou, het volgende:

Maandag: Ovenfrietjes, kabeljauwfilet en erwten
Dinsdag: Omelet (v) gemaakt door de Master Omelet Bakker van het platteland, Manlief
Woensdag: Aardappelpartjes met rozemarijn en olijfolie uit de oven, lamsburgers en wortel
Donderdag: Kip korma met rijst
Vrijdag: Iets makkelijks (uit de vriezer oid) voor de jongens en pizza voor ons
Zaterdag: Spagetti bolognese met knoflookbrood en salade
Zondag: Nog geen enkel idee

04 juni 2014

Geen idee

Ik heb het weer. 
Ik zoek het weer.
Mijn roeping, mijn ding, mijn passie, mijn toekomst.

Vandaag was niet zo'n makkelijke dag. 
Die dagen heb je soms, met twee kleine kinderen. 
't Zondagskindje was te vroeg wakker en Mr Finney deed een dutje van maar drie kwartier. Het resultaat was natuurlijk twee erg vermoeide kindjes, met alle gevolgen van dien. 

Toen ze uiteindelijk beide in bed lagen, was het eerste wat in me op kwam:
Ik zou willen dat ik een baan had. 
Dan wist ik dat ik morgen, of misschien vrijdag, een dag iets anders mocht doen dan alleen maar moederen. (Ja ik doe dit met veel liefde en plezier. Nee ik denk niet dat werkende moeders het makkelijk hebben. Nee laten we niet de thuisblijf vs werkende mama discussie voeren. Nee daar gaat het hier niet om)

'Zoek dan een baan!' roept u nu natuurlijk naar uw beeldscherm.
Ja. Dat is helaas niet zo heel makkelijk. 
Weinig banen. Nog minder part time banen. Nog veel minder banen op minder dan een uur reizen. 
Onze keuze voor nu is dat ik bij de jongens blijf. Tenzij dé droombaan zich aan dient. Wat overigens een paar weken geleden gebeurde. Waar ik toen op solliciteerde en behalve de automatische bevestigings email niets meer van hoorde. Ook niet toen ik na 10 dagen nog eens contact op nam. Zo gaat het hier nu, met sollicictaties. 

Wat een inleiding zeg.

Het punt is dus een beetje dat ik niet weet wat ik leuk vind. 
Nee dat zeg ik verkeerd. 
Ik vind zo veel leuk dat ik niet weet wat ik het leukst vind.

Dan zie ik mensen die echt hun roeping hebben gevonden. 
De één wordt juf (haaaaai Zuster!), de ander studeert tig jaar om dokter te worden, weer een ander tekent en schildert ieder uur van de dag en dan heb je iemand die het liefst heel de dag met dieren en natuur werkt. Ik ken ze allemaal. Die mensen doen dat waar hun hart heel blij van wordt, waar ze energie van krijgen, dat waar ze goed in zijn. 

Ik hou van koken en bakken. 
Ik hou van fotograferen.
Ik hou van naaien en haken. 
Ik hou van kaarsen maken.
Ik hou van schrijven.
Ik hou van ontwerpen; het praktische en het esthetische combineren. 

Maar waar nou mijn toekomst ligt?
Waar ik mijn ziel en zaligheid in kan leggen?
Energie van kan krijgen? 

Geen idee.