29 oktober 2014

Over acceptatie

Toen ik ruim twee jaar geleden mijn ontslagbrief overhandigde, was het plan om twee maandjes thuis te zijn en daarna weer te gaan solliciteren. Maar die september stond ik met een positieve zwangerschapstest in m'n hand en dus negen maanden later met een baby op de arm. 

Na de geboorte van Mr Finney hield ik de banensites en krant in de gaten maar een echt geschikte baan kwam niet op mijn pad. 

Het feit wil namelijk dat we het best redden zo, op één inkomen. Wonen op het platteland betekent dat er in de directe omgeving zeer weinig banen te vinden zijn en ik richting Dublin zal moeten reizen wat al snel drie uur reistijd per dag met zich mee brengt. Tegen de tijd dat kinderopvang- en reiskosten van mijn potentiële salaris af zijn, blijft er niet genoeg over om het dat gereis en de opvang waard te maken. Alleen omdat ik wíl/vind dat ik móet werken. 

Want zo is het, weet ik nu. 

Ik heb het best moeilijk gehad met thuis zijn. Ik heb de druk gevoeld, van mezelf en anderen, dat werken erbij hoort, iets is wat je gewoon doet. Ik had het gevoel toe te moeten voegen aan de maatschappij, dat je pas mee telt als je werkt. Ik heb gestudeerd, verspilde nu al die vergaarde informatie. Zelf dit blog ging alleen nog maar voor het moederen. Dit was nooit de planning geweest! 

Daar wringde de schoen ook vooral: mijn leven liep niet zoals we hadden gepland/gedacht. En daarmee had ik geen idee waar het me naar zou leiden. 

Deze gedachtes in combinatie met de verbouwing en het slaapgebrek maakte dat ik het maar niks leuk vond. Wat dééd ik nou voor zinnigs? 

Maar ineens lijkt het lichter in mijn hoofd. De laatste twee/drie maanden lijk ik het zowaar fijn te vinden thuis te zijn. Er is een soort acceptatie gearriveerd in mijn hoofd. Eindelijk

En wat ik nou voor zinnigs doe? 
Ik breng onze kinderen groot. 
Ik ben er voor de eerste hapjes en eerste stapjes, ik ben er voor de tranen en de kusjes, ik ben er om mét ze te spelen en om ze te zíen spelen, ik ben er als ze wakker worden en als ze gaan slapen. 
Ik ben er. 

05 oktober 2014

Dublin Race Series - Race 4: Half Marathon

Qua voorbereiding ging het tijdens de aanloop naar de HM net zo lekker als toen met de 10 Mile. Beroerd en te weinig dus. We hadden een jarige en een vakantie en en en. Dat dus. Maar op één of andere manier was ik dit keer veel rustiger. Ik had meer het 'ik zie wel waar het schip (waarin ik hetschip was natuurlijk) strandt.

Voor de jongens zou het te lang zijn. Ze gaven ook niet echt veel zon aan, dus om te voorkomen dat ze verveeld en koud zouden worden, bleven ze thuis en paste vriendin W op ze. Dit betekende ook dat Manlief meer bewegingsruimte had, want het loopt nou eenmaal een stuk sneller zonder wandelwagen en buggyboard. 

We vertrokken iets na achten en onderweg at ik mijn banaantje. Ik dronk een flesje energiedrank, gatver! Maar ik wilde het lege gevoel van de 10 Mile voorkomen. 

Daar aangekomen, maakte ik mijn spullen in orde; racenummer opspelden, bottlebelt om doen, dat werk. Tas ingeleverd en nog 'even' naar het toilet. Dat duurde iets langer dan verwacht. Wat een mensenmassa! 8.000 deelnemers, wauw! 

Ik begaf me naar mijn startvak. Dat van 120+ minuten. Wel realistisch blijven hè. Ik had een beetje 2:20 in mijn hoofd gehad toen ik aan deze serie begon. Maar wist niet of het haalbaar zou zijn door het weinige lopen. Als het maar niet langer dan 2:30 was. 

Tien uur, startschot. Die eerste 2 Miles is het druk. Het is een relatief smal weggetje waar 8.000 mensen hun plekje in de groep proberen te vinden. Inhalen, links er langs, even over het gras. Ga ik te snel? Houd ik dit 13.1 Miles vol? Naast me vertelt een vrouw tegen haar loopmaatje dat ze die eerste Miles nooit leuk vindt. Dat ze liever bij de 8 Miles is. Wat een rare denk ik, bij 8 Miles ben je kapot man. Achteraf heeft ze natuurlijk gewoon gelijk. 

Na anderhalve Mile zie ik Manlief. Dat er 'maar' 6.000 man voor me loopt zegt hij. Dat betekent dat er 2.000 áchter me lopen denk ik. Zo. 

De groep spreidt zich uit, de snellen gaan SNEL. We lopen inmiddels op een bekende route. Het saaie stuk. Althans, zo heb ik het de vorige keer ervaren. Ik herinner mezelf eraan iedere Mile wat te drinken. 

3 Mile, waterstop. Negeren, water heb ik zelf bij. Maar man wat moet ik plassen. Ik overweeg een boom te zoeken. Maar dat betekent stoppen en dus daarna weer een ritme zien te vinden. Ik twijfel. Ik twijfel anderhalve Mile. Dan lopen we weer de drukte in, publiek, plassen achter een boom is geen optie. Doorlopen. 

Net voor de 5 Mile staat Manlief weer. Ik loop lekker. Ineens zie ik toiletten. En realiseer me dat ik helemaal niet meer hoef. 'Nu wordt het weer lekker vlak', zegt één van de stewarts. Ik had niet gemerkt dat we omhoog liepen. 7,5 Mile; water en flesjes energiedrank. Ik neem er één en neem me voor het helemaal leeg te drinken. Niet drie slokken en dan in de berm mikken. Ik zie Manlief weer en weet dat dat de laatste keer tot de finish zal zijn. 

En ja hoor, net als vorige keer zitten de eerste gefinishte lopers al in het gras. Ik heb nog 8 kilometer. Maar ik loop wel lekker. Ik begin weer te rekenen; Miles naar kilometers en terug. Maar bij 9 Miles begin ik toch wat moe te worden. Ik ga me focussen om mijn lichaam en hoe ver ik nog moet, in plaats van hoe ver ik al ben gekomen. Ik raak m'n ritme kwijt. Gelukkig heb ik mijn oordopjes tóch meegenomen. Ik plug ze in mijn telefoon en start de 'running' playlist. Ik zet de muziek op standje 'net iets harder dan gedachtes in mijn hoofd'. Lekker, afleiding en het juiste ritme. 

Bij 10 Mile rennen we Phoenix Park uit en is het 2 Mile over de weg. Ik drink mijn laatste slokken energy drank en gooi het flesje in een prullenbak. Om me heen wordt veel gewandeld. Maar ik ken dit stuk. Ik weet waar het omhoog gaat en hoe ver het nog is. Dat helpt.  

We draaien het park weer in en de laatste 1,5 Mile gaan in. Mooi stuk dit, wat heuvelachtig maar niks geks. Ik heb nog steeds niet op mijn telefoon gekeken om mijn tijd te controleren. Ik loop nog steeds lekker, maar schat in dat de 2:20 niet haalbaar is. 

Alsof mijn lichaam weet dat ik er bijna ben, begint mijn heup pijn te doen. Nog even doorzetten. Negeren dus. Vlak voor de finish pak ik mijn telefoon en check toch de tijd. Tegelijkertijd zie ik Manlief. 'Ruim onder de 2:30!' roept hij. Ik had mijn tijd gezien en wist dat ik nu rond de 2:19 zat. Dus ik zeg tegen hem dat als ik nu heel hard ren ik nog onder de 2:20 binnen kan komen. Ik trek een sprintje. Nooit geweten dat je dat nog in je kan hebben na 21 kilometer. Ik zie de klok, de omroeper noemt mijn naam, de 2:20 ga ik niet halen. Maar who cares? 



Met 2:20:29 kom ik over de streep. 

Wat ben ik blij!
Er zijn drie tranen, een banaan en een flesje drinken. 
Dan wandelen we terug naar de auto. 

Been there, done that, got the t-shirt.