Na de geboorte van Mr Finney hield ik de banensites en krant in de gaten maar een echt geschikte baan kwam niet op mijn pad.
Het feit wil namelijk dat we het best redden zo, op één inkomen. Wonen op het platteland betekent dat er in de directe omgeving zeer weinig banen te vinden zijn en ik richting Dublin zal moeten reizen wat al snel drie uur reistijd per dag met zich mee brengt. Tegen de tijd dat kinderopvang- en reiskosten van mijn potentiële salaris af zijn, blijft er niet genoeg over om het dat gereis en de opvang waard te maken. Alleen omdat ik wíl/vind dat ik móet werken.
Want zo is het, weet ik nu.
Ik heb het best moeilijk gehad met thuis zijn. Ik heb de druk gevoeld, van mezelf en anderen, dat werken erbij hoort, iets is wat je gewoon doet. Ik had het gevoel toe te moeten voegen aan de maatschappij, dat je pas mee telt als je werkt. Ik heb gestudeerd, verspilde nu al die vergaarde informatie. Zelf dit blog ging alleen nog maar voor het moederen. Dit was nooit de planning geweest!
Daar wringde de schoen ook vooral: mijn leven liep niet zoals we hadden gepland/gedacht. En daarmee had ik geen idee waar het me naar zou leiden.
Deze gedachtes in combinatie met de verbouwing en het slaapgebrek maakte dat ik het maar niks leuk vond. Wat dééd ik nou voor zinnigs?
Maar ineens lijkt het lichter in mijn hoofd. De laatste twee/drie maanden lijk ik het zowaar fijn te vinden thuis te zijn. Er is een soort acceptatie gearriveerd in mijn hoofd. Eindelijk
En wat ik nou voor zinnigs doe?
Ik breng onze kinderen groot.
Ik ben er voor de eerste hapjes en eerste stapjes, ik ben er voor de tranen en de kusjes, ik ben er om mét ze te spelen en om ze te zíen spelen, ik ben er als ze wakker worden en als ze gaan slapen.
Ik ben er.
