Een maand of drie geleden kreeg ik op preschool een briefje in mijn hand geduwd door een moeder. Toen ik het open vouwde, moest ik even twee keer knipperen; een uitnodiging voor een kinderfeestje. Haar zoontje werd vier. De mijne was net drie. En er was een heus kinderfeestje. Het ergste? Het feestje vond plaats in een krijspaleis.
Juist.
Probeer dat even te verwerken, voor u verder leest.
Wij meldden ons af en vroegen een vriendin, met kinderen op dezelfde preschool en naar ons gevoel dezelfde opvoed ideeen als wij, naar de do's & don't van feestjes. Zij gingen soms, afhankelijk van wie het feestje was, maar gaven zelf geen feestjes. Prima.
Begin deze maand volgende de tweede uitnodiging; jongetje werd vier, feestje in het krijspaleis. Dit keer konden we echt niet en meldden ons dus af.
Twee weken geleden kreeg ik echter een sms van de bijna-buurvrouw. Ja, voelt u hem aankomen? Haar zoontje werd vier en gaf een feestje. In hetzelfde krijspaleis.
'We'll be there.' smste ik terug. Want ja, het is de bijna-buurvrouw hè. Die buurvrouw die altijd voor onze beestenboel zorgt als wij weg zijn enzo.
Nu snap ik eigenlijk sowieso niet goed waarom er feestje gegeven moeten worden op preschool. Die kinderen zijn allemaal net uit de luiers joh.
Maar als er één schaap over de dam is...
Wij waren, obviously, nog nooit in het krijspaleis geweest. Maar zoals dat gaat met van die dingen had ik er wel een beeld van gevormd in mijn hoofd. Ook van hoe de jongens het zouden vinden. Dat beeld, van zowel krijspaleis als onse kinderen, was 90% accuraat. Zo bleek.
P moest werken, dus zette ik twee jongetjes in hun autostoelen en vertrok met frisse tegenzin richting het feestje. Natuurlijk vielen beide heren in slaap in de auto en moest ik ze wakker maken toen we de bestemming hadden bereikt. Dat bevorderde, vooral voor 't Zondagskindje, niet echt zijn eerste indruk.
Wat. Een. Lawaai!
Alsof heel Wicklow en omstreken zijn grut naar dit krijspaleis had gebracht.
De jarige was al nergens meer te bekennen; die zat boven in het klimrek. Ik trok dus wat jassen en schoenen uit (ieuw, vies tapijt!) en dirigeerde Mr Finney naar de 'tot 2 jaar' hoek en 't Zondagskindje het grote rek in.
Het was te proberen. Die kleine schoot natuurlijk binnen no time het grote hek in en ik 'coachte' hem wat. Nergens bang voor, gek kind. Maar dan is hij dus vrij snel buiten mijn bereik. Rookie mistake: ik stuurde 't Zondagskindje er achteraan. Twee minuten later vond ik Mr Finney terug en hielp een ander kindje hem het klimrek uit. 't Zondagskindje stond inmiddels te hyperventileren. Want: Broertje kwijt en mama kwijt en veel te veel kinderen.
De rest van de middag hebben wij dus met z'n drieen in het klim- en klauter gebeuren voor twee tot vier jarigen doorgebracht.
Na anderhalf uur was er eten. Ja heus, om half vier 's middags.
Tien kinderen in een hokje aan tafel, met alle papa's en mama's er omheen. Want inderdaad, als je een feestje als dit organiseert voor kinderen van drie en vier dan moeten alle ouders dus blijven.
Friet met twee worstjes en tween kipnuggets. Ketchup. Jum. Vier bekers ranje gingen er over tafel. Dat vond ik dan wel weer fijn eigenlijk. Ik was namelijk al bijna bang dat ik de enige moeder was die bijna dagelijks moet dweilen thuis.
Daarna volgde nog verjaardagstaart. En vanille ijs. En een snoepzak voor mee naar huis.
Weet je. Ik word lekker zo'n geitenwollensokkenmoeder (goed Scrabble woord lijkt me) met thuis cakejes versieren en een speurtocht en koek happen.
Lijkt me beter.