In juli van vorig jaar begon ik er weer aan; hardlopen. En, zoals dat gaat bij mij, ontstond er een haat/liefde relatie. Want het is niet makkelijk. Ik ben geen natuurlijk hardloop-talent. Maar ik wilde het zo graag kunnen. Conditie opbouwen, buiten zijn. En dus was het vaak een kwestie van doorbijten.
Die eerste 5 kilometer, tjonge, wat was het moeilijk daartoe te komen. Intervallen, afzien. Bíjna de handdoek in de ring. En toen een streng gesprek met mezelf: 'Gáán, en wel nu!' En ik deed het.
Vanaf dat punt langzaam de afstand opbouwen. Goede dagen en slechte dagen. Mezelf afvragen: 'vraag ik niet te veel van mijn lichaam, dat toch al zo vermoeide lichaam?' Maar mentaal is het zo fijn om steeds een stapje verder te komen. Die twee keer in de week er even een uurtje uit, alleen.
Twee keer per week is eigenlijk niet voldoende om goed op te bouwen. Maar twee kleine jongens en een donkere winter ('s avonds lopen geen optie, want donker en bospaden zijn geen goede combinatie in mijn hoofd) zorgden er voor dat dat alles was dat lukte.
Ik moest een doel, om door te gaan. Ik schreef me in voor een 10 kilometer race op 23 maart. Maar ja, als je vriendinnen zich dan inschrijven voor een race in februari, ten behoeve van het hospice in Wicklow. Tja, dan kun je net zo goed mee doen. Toch?
Afgelopen zaterdag klonk om kwart over tien het startschot.
De eerste twee kilometer waren moeilijk; ik kon mijn ritme niet vinden, mijn knie deed zeer, al die mensen die me inhaalden, het wilde niet. En dan komen die discussies met jezelf hè: 'wat doe ik hier in vredesnaam, waarom denk ik dit te kunnen, ik ben hier niet voor gemaakt, ik ga stoppen.'
Maar stoppen is eigenlijk geen optie hè, als je daar loopt. Ik liep de weg uit en we sloegen links af. En toen was het goed. Vreemd, de eerste twee zaten erop en het ging lekker.
Kilometer drie, vier, vijf, zes, zeven gingen vlot. Vanaf daar was het 'off road' en berg op, berg af. Dat is niet zo mijn ding. Aandachtspuntje. Dus in plaats van hardlopen, was het ploeteren. Ik kwam om de hoek en zag de volgende heuvel. Ik vloekte, de marshal hoorde het en moest lachen. Maar het was de laatste heuvel, dat wist ik.
Ik keek op mijn telefoon; 01:07:30. Het was niet ver meer. En mijn stiekeme plan was onder de 01:10:00 binnen te komen. Ik schroefde de versnelling een klein beetje op en perste eruit wat ik nog had.
Om 01:09:02 kwam ik over de finishlijn. 10 Kilometer in the pocket.


