Manlief vindt mij af en toe wat obsessief. Ja heus, hij vertelde het me afgelopen weekend. 'Waarom dan, waarom dan, waarom dan?' en 'Waarover dan, waarover dan, waarover dan?' vroeg ik. Want dat moet ik dan weten hè, het tot op de bodem uitpluizen. Uhm, juist.
Stiekem weet ik dat hij misschien ergens wel een beetje gelijk heeft.
Als ik ergens aan begin, wil ik het kunnen, goed doen. Dan kan ik het niet uitstaan als iets me niet lukt, als ik het niet snap.
Naaien bijvoorbeeld. Ongeveer een jaar geleden mijn eerste naaimachine gekocht en sindsdien kan ik er uren mee bezig zijn. Stofjes kopen, patronen zoeken, ideeën opdoen, knippen, proberen, naaien. Alles en iedereen moet er voor aan de kant. Het liefst zat ik iedere avond aan het machine.
Koken en bakken; ook al zoiets. Recepten zoeken en uitproberen, nieuwe ingredienten en technieken vinden, kapitalen uitgeven aan materiaal. Want ik moet het allemaal kunnen; brood bakken, drie gangen menu's verzinnen, taart/cake/muffins in elkaar flansen en versieren.
Uit dat koken en bakken vloeit dan ook nog eens het fenomeen 'etentjes'voort. Want dat doe ik het liefst iedere week. Mensen over de vloer, heerlijke dingen in elkaar draaien, borden mooi opmaken, fijne wijnen erbij, tafel aankleden, alles in thema. Het liefst maakte ik ook nog menukaartjes.
In mijn hoofd hoor ik vaak het zinnetje: 'Als zij/hij dat kan, dan moet ik dat toch ook kunnen?' En daarmee push ik mezelf zo ver dat ik vind dat ik alles moet kunnen en kennen, oh en leuk vinden.
Nou vraag ik me alleen één ding af:
Waarom ben ik nou in hemelsnaam niet obsessief over poetsen?