30 juni 2014

Dublin Race Series - Race 1: 5 Mile

Heel even zag het er naar uit dat ik niet kon lopen afgelopen zaterdag. Dinsdagavond was er ineens een koortsig Zondagskindje dat vervolgens het virus aan mij door gaf. En zo lag ik vanaf donderdagavond in bed met koorts, hoofd-, keel- en oorpijn, dat werk. 

Maar ik wilde zo graag. Want 1/4 van een serie niet lopen, is dus de serie niet compleet. Lijkt me niet de bedoeling. Dus deed ik iets met slapen en water drinken en PCM slikken en ik voelde me zowaar vrijdagavond weer redelijk ok. 

Om iets over negen kwam ik aan in Phoenix Park. Ik keek even rond, dronk nog wat, leverde mijn tas in. Ik zocht mijn startersvak op. Ik twijfelde; 5 Mile (8 kilometer), mijn doel was onder de 50 minuten te blijven. Dat was haalbaar. Normaal gesproken. Maar er sluimerde nog behoorlijk wat ziektekiemen in mijn lichaam die ik onder controle hield met paracetamol. Wat zouden die gaan doen tijdens de loop? Maar als ik zou kiezen voor 50+ minuten, tja, dan gaf ik eigenlijk al op voor ik uberhaupt begon. En dus maakte ik mijn keuze. 



Om tien uur vertrok de eerste groep en enkele minuten later volgde ons startschot. 



Het zonnetje scheen nog wat en het was fijne vlakke weg. De afstanden werden aangegeven in miles; dat is toch wel een beetje onwennig als je echt alleen kilometers gewend bent. Dat eerste bord kon dus ook niet snel genoeg komen. 1 Mile achter de rug, 1,6 kilometer. 

Veel mensen haalden me in. Mijn benen voelden zwaar. Dit werd bikkelen, wist ik nu al. Maar ik probeerde te focussen op het bord met 2 Mile. Net daarna zouden Manlief, 't Zondagskindje en Mr Finney staan. We zwaaiden en ik ploeterde voort. 

Halverwege was er een scherpe bocht naar rechts. En ik zag mensen bergopwaarts gaan. 'Here we go' dacht ik. Bergopwaarts en ik, wij zijn nog steeds geen vrienden namelijk. Maar het ging. En ik liep door. 

Ik passeerde het 3 Mile bord en keek eens achter me. Want ik werd door zo veel mensen ingehaald steeds dat ik me afvroeg of ik niet al laatste was. Opluchting, nog een hele sliert achter me. 

Het Mile 4 bord liet op zich wachten. We gingen omhoog en omlaag. Maar ik kon niet versnellen bij het omlaag gaan. Ik moest vasthouden aan mijn stabiele tempo, mijn benen konden niet anders. Wandelen deed ik niet. Ik overwoog het, eerlijk toegeven. Maar na mijn vorige race (in het erg heuvelachtige Wicklow, waar ik 2 keer had móeten wandelen) zei iemand: 'Nee, ik heb niet gewandeld. Ik heb heeeeeel langzaam gerend. Want daar ben ik hier voor.' En ze had gelijk. Dus rende ik. Heeeeeel langzaam.

Die laatste Mile. Regen. Eerst wat druppels. Toen regen. De laatste 800 meter echte regen-regen. Zou Manlief de kinderen naar de auto hebben gebracht? Ik weigerde op mijn telefoon te kijken om mijn tijd te controleren. Ik wíst dat het niet snel genoeg was voor mijn streeftijd. Maar ik wist ook dat ik niet de energie had om nog te versnellen. En dat ik dus allen maar chagrijnig zou worden van de tijd die mijn telefoon aan ging geven. Gewoon doorlopen en finishen. 

51;56
8.23 Km
Done.



Ik kreeg mijn race t-shirt, een banaan, goody bag, rugzakje. En liep door. 
Ik moest mijn tas gaan halen en het begon steeds harder te regenen. 
'Oh kijk, daar zijn ze aan het stretchen. Moet ik ook even doen, eigenlijk.' 
En toen hield het op met regenen. En begon het te hozen. 
Ik schuilde onder een boom en belde Manlief.
Die bij de finish stond. Met 't Zondagskindje. En Mr Finney. In de hoosbui. 

We vonden elkaar en hij rende zo snel mogelijk naar de auto terwijl ik mijn tas haalde. 
Tja, natter dan dit ging ik toch niet meer worden. 



We kleedden de kinderen om. Ik trok ook droog spul aan en we reden naar huis. 

Ik vergat alleen te stretchen.
Dus had ik twee dagen plezier van deze 5 Mile. 


16 juni 2014

Vriendjes

Ik zit naast zijn bedje. 
Hij was wakker geworden. 
Mijn hand op zijn rug was genoeg om hem terug te sturen naar dromenland. 

Zijn ademhaling wordt langzamer en dieper.
En ik denk aan de moeizame dag die we hadden; geen van beide met een goed humeur. 
Hij testte mijn grenzen en ik was koppig genoeg om hem er niet overheen te laten gaan. 

Maar wij zijn vriendjes.


10 juni 2014

Weekmenu

De weekmenus gaan hier nog gewoon door. Af en toe sla ik een weekje over. Om er vervolgens op dinsdag al achter te komen dat het toch echt makkelijker is mét menu. 

Het samenstellen van zo'n menu is natuurlijk niet bijster moeilijk. Ik hou me aan een paar kleine 'regeltjes' en de rest komt vaak vanzelf;
- Maximaal twee keer per week aardappelen, pasta en rijst. Variatie is het sleutelwoord. 
- Wissel vis, kip, rundvlees en varkensvlees af. Ik ben zelf geen varkensvlees-fan en dat komt dus ook niet heel regelmatig op tafel. Maar omdat ik graag wil dat de jongens 'alles eten' zorg ik voor, jawel, variantie.
- Één keer per week vegetarisch. Daar maak ik geen grote ophef over, want ik zit met drie mannen aan tafel en mannen houden van vlees. Maar als je het er niet over hebt, merken ze er vaak niks van. 
- Één keer per week eten Manlief en ik als de kinderen op bed liggen. Samen, iets makkelijks, vaak lui op de bank. 
- Als er een keer iets tussen komt en een bepaalde maaltijd wordt niet gemaakt, schuift hij door naar de volgende week. Om de simpele reden dat ik de ingrediënten vaak al in huis heb. 
- Ooit had ik nog de regel, of beter gezegd ambitie, om eens per week iets nieuws te koken. Op het moment komt dat er niet altijd van. Maar het is een mooie manier om te voorkomen dat je vaak hetzelfde op tafel zet. 

Maar wat eten we dan deze week? 
Nou, het volgende:

Maandag: Ovenfrietjes, kabeljauwfilet en erwten
Dinsdag: Omelet (v) gemaakt door de Master Omelet Bakker van het platteland, Manlief
Woensdag: Aardappelpartjes met rozemarijn en olijfolie uit de oven, lamsburgers en wortel
Donderdag: Kip korma met rijst
Vrijdag: Iets makkelijks (uit de vriezer oid) voor de jongens en pizza voor ons
Zaterdag: Spagetti bolognese met knoflookbrood en salade
Zondag: Nog geen enkel idee

04 juni 2014

Geen idee

Ik heb het weer. 
Ik zoek het weer.
Mijn roeping, mijn ding, mijn passie, mijn toekomst.

Vandaag was niet zo'n makkelijke dag. 
Die dagen heb je soms, met twee kleine kinderen. 
't Zondagskindje was te vroeg wakker en Mr Finney deed een dutje van maar drie kwartier. Het resultaat was natuurlijk twee erg vermoeide kindjes, met alle gevolgen van dien. 

Toen ze uiteindelijk beide in bed lagen, was het eerste wat in me op kwam:
Ik zou willen dat ik een baan had. 
Dan wist ik dat ik morgen, of misschien vrijdag, een dag iets anders mocht doen dan alleen maar moederen. (Ja ik doe dit met veel liefde en plezier. Nee ik denk niet dat werkende moeders het makkelijk hebben. Nee laten we niet de thuisblijf vs werkende mama discussie voeren. Nee daar gaat het hier niet om)

'Zoek dan een baan!' roept u nu natuurlijk naar uw beeldscherm.
Ja. Dat is helaas niet zo heel makkelijk. 
Weinig banen. Nog minder part time banen. Nog veel minder banen op minder dan een uur reizen. 
Onze keuze voor nu is dat ik bij de jongens blijf. Tenzij dé droombaan zich aan dient. Wat overigens een paar weken geleden gebeurde. Waar ik toen op solliciteerde en behalve de automatische bevestigings email niets meer van hoorde. Ook niet toen ik na 10 dagen nog eens contact op nam. Zo gaat het hier nu, met sollicictaties. 

Wat een inleiding zeg.

Het punt is dus een beetje dat ik niet weet wat ik leuk vind. 
Nee dat zeg ik verkeerd. 
Ik vind zo veel leuk dat ik niet weet wat ik het leukst vind.

Dan zie ik mensen die echt hun roeping hebben gevonden. 
De één wordt juf (haaaaai Zuster!), de ander studeert tig jaar om dokter te worden, weer een ander tekent en schildert ieder uur van de dag en dan heb je iemand die het liefst heel de dag met dieren en natuur werkt. Ik ken ze allemaal. Die mensen doen dat waar hun hart heel blij van wordt, waar ze energie van krijgen, dat waar ze goed in zijn. 

Ik hou van koken en bakken. 
Ik hou van fotograferen.
Ik hou van naaien en haken. 
Ik hou van kaarsen maken.
Ik hou van schrijven.
Ik hou van ontwerpen; het praktische en het esthetische combineren. 

Maar waar nou mijn toekomst ligt?
Waar ik mijn ziel en zaligheid in kan leggen?
Energie van kan krijgen? 

Geen idee.