Heel even zag het er naar uit dat ik niet kon lopen afgelopen zaterdag. Dinsdagavond was er ineens een koortsig Zondagskindje dat vervolgens het virus aan mij door gaf. En zo lag ik vanaf donderdagavond in bed met koorts, hoofd-, keel- en oorpijn, dat werk.
Maar ik wilde zo graag. Want 1/4 van een serie niet lopen, is dus de serie niet compleet. Lijkt me niet de bedoeling. Dus deed ik iets met slapen en water drinken en PCM slikken en ik voelde me zowaar vrijdagavond weer redelijk ok.
Om iets over negen kwam ik aan in Phoenix Park. Ik keek even rond, dronk nog wat, leverde mijn tas in. Ik zocht mijn startersvak op. Ik twijfelde; 5 Mile (8 kilometer), mijn doel was onder de 50 minuten te blijven. Dat was haalbaar. Normaal gesproken. Maar er sluimerde nog behoorlijk wat ziektekiemen in mijn lichaam die ik onder controle hield met paracetamol. Wat zouden die gaan doen tijdens de loop? Maar als ik zou kiezen voor 50+ minuten, tja, dan gaf ik eigenlijk al op voor ik uberhaupt begon. En dus maakte ik mijn keuze.
Het zonnetje scheen nog wat en het was fijne vlakke weg. De afstanden werden aangegeven in miles; dat is toch wel een beetje onwennig als je echt alleen kilometers gewend bent. Dat eerste bord kon dus ook niet snel genoeg komen. 1 Mile achter de rug, 1,6 kilometer.
Veel mensen haalden me in. Mijn benen voelden zwaar. Dit werd bikkelen, wist ik nu al. Maar ik probeerde te focussen op het bord met 2 Mile. Net daarna zouden Manlief, 't Zondagskindje en Mr Finney staan. We zwaaiden en ik ploeterde voort.
Halverwege was er een scherpe bocht naar rechts. En ik zag mensen bergopwaarts gaan. 'Here we go' dacht ik. Bergopwaarts en ik, wij zijn nog steeds geen vrienden namelijk. Maar het ging. En ik liep door.
Ik passeerde het 3 Mile bord en keek eens achter me. Want ik werd door zo veel mensen ingehaald steeds dat ik me afvroeg of ik niet al laatste was. Opluchting, nog een hele sliert achter me.
Het Mile 4 bord liet op zich wachten. We gingen omhoog en omlaag. Maar ik kon niet versnellen bij het omlaag gaan. Ik moest vasthouden aan mijn stabiele tempo, mijn benen konden niet anders. Wandelen deed ik niet. Ik overwoog het, eerlijk toegeven. Maar na mijn vorige race (in het erg heuvelachtige Wicklow, waar ik 2 keer had móeten wandelen) zei iemand: 'Nee, ik heb niet gewandeld. Ik heb heeeeeel langzaam gerend. Want daar ben ik hier voor.' En ze had gelijk. Dus rende ik. Heeeeeel langzaam.
Die laatste Mile. Regen. Eerst wat druppels. Toen regen. De laatste 800 meter echte regen-regen. Zou Manlief de kinderen naar de auto hebben gebracht? Ik weigerde op mijn telefoon te kijken om mijn tijd te controleren. Ik wíst dat het niet snel genoeg was voor mijn streeftijd. Maar ik wist ook dat ik niet de energie had om nog te versnellen. En dat ik dus allen maar chagrijnig zou worden van de tijd die mijn telefoon aan ging geven. Gewoon doorlopen en finishen.
51;56
8.23 Km
Done.
Ik kreeg mijn race t-shirt, een banaan, goody bag, rugzakje. En liep door.
Ik moest mijn tas gaan halen en het begon steeds harder te regenen.
'Oh kijk, daar zijn ze aan het stretchen. Moet ik ook even doen, eigenlijk.'
En toen hield het op met regenen. En begon het te hozen.
Ik schuilde onder een boom en belde Manlief.
Die bij de finish stond. Met 't Zondagskindje. En Mr Finney. In de hoosbui.
We vonden elkaar en hij rende zo snel mogelijk naar de auto terwijl ik mijn tas haalde.
Tja, natter dan dit ging ik toch niet meer worden.
We kleedden de kinderen om. Ik trok ook droog spul aan en we reden naar huis.
Ik vergat alleen te stretchen.
Dus had ik twee dagen plezier van deze 5 Mile.




