Mr Finney was een maand of tien toen mijn vader het al zei: 'Daar krijg je het nog mee te stellen'.
't Zondagskindje was/is geen extreem makkelijk kindje; alles, alles, alles ziet hij, onthoudt hij en moet hij dan verwerken. Zijn hoofdje werkt belachelijk hard om alles te leren, te kopiëren en een plekje te geven. Maar als je nog geen drie bent, betekent dat vaak een overload. Het is soms gewoon te veel. Dat resulteert bij hem voornamelijk in problemen met slapen; ook dan kan zijn hoofd niet stoppen. (Dit is overigens al zo vanaf dag één. Ik vergeet nooit dat hij 24 uur oud was en weigerde te slapen. Voeden, wiegen, inbakeren, het werkte niet. De verloskundige en ik hebben hem uiteindelijk om drie uur 's nachts in bad gedaan in de hoop hem rozig te maken. Dat werkte, voor een uur of twee). En ik hoef niet uit te leggen wat te weinig slaap met een peuter doet.
Omdat 't Zondagskindje dus (soms) zoveel energie vraagt, een redelijke gebruiksaanwijzing heeft, van regelmaat en voorspelbaarheid houdt, dachten wij dat Mr Finney dus een makkie werd. Het kind slaapt (of in ieder geval beter dan 't Zondagskindje), past zich aan en heeft geen last van overstimulatie. Appeltje eitje.
How wrong were we!
Mr Finney is onze boef, onze sloper, onze Houdini, onze zichzelf woedend op de grond gooier, onze kamikaze, onze doener.
Niks is veilig. De hoeveelheid speelgoed en huis gerei dat hij al heeft gesloopt is ongelofelijk. Hoe vaak ik hem al van de bovenste tree van de trap heb geplukt, is ontelbaar. Stampvoeten, gillen uit frustratie. Veertien maanden hè, pas veertien maanden.
't Zondagskindje speelt uren met tractors, graafmachines, dump trucks, blokken, hamers, stenen. Hij bouwt, in zijn eigen wereldje.
Mr Finney voetbalt, heeft alleen interesse in blokken torens als hij ze mag omgooien en maait de tractor door de kamer als hij er niet op kan klimmen.
Daar krijgen we het nog mee te stellen.