Wij voeden 't Zondagskindje tweetalig op. Daar hebben we eigenlijk nooit echt over hoeven nadenken, dat was gewoon een vaststaand feit.
Er zijn twee zogenaamde strategieën voor tweetalig opvoeden; één-persoon-één-taal en één-situatie-één-taal. Voor ons was natuurlijk de eerste optie de meest voor de hand liggende. Manlief spreekt dan ook Engels met 't Zondagskindje en ik (zo veel mogelijk) Nederlands.
Soms lopen we tegen kleine dingetjes aan die het tweetalig opvoeden lastiger kunnen maken. Zo had ik in het begin vrij veel moeite terug te schakelen naar Nederlands. Ik woonde al enkele jaren hier en spraak automatisch Engels. Ik moest dus echt heel bewust weer terug gaan naar Nederlands. Regelmatig vond ik het vervelend Nederlands te spreken wanneer er andere mensen bij waren. Zij begrijpen dan niet wat ik zeg en dat vond ik 'asociaal'. Maar ik realiseerde me dat ik deed doe voor mijn kind en dus consequent moest blijven. Het gaat nu steeds makkelijker. Al vind ik het wanneer er kleine kinderen bij zijn nog wel lastig; die kun je het moeilijker uitleggen.
Verder probeert Manlief ook nog steeds meer Nederlands op te pikken. Met zijn talenknobbel is dat een logische reactie, maar leidt ertoe dat hij soms gebrekkig Nederlands praat tegen 't Zondagskindje. Iets wat ik vreselijk irritant kan vinden, want ik wil dat hij het goed leert.
Ik merk dat ik zelf bewuster met de Nederlandse taal bezig ben nu ik het aan iemand anders leer. Hoe vaak wij Nederlanders een woord verkleinen! Of dat je, vooral tegen kleine kinderen, zegt 'doe maar hier neer leggen' ipv 'leg hier maar neer'. Ik probeer nu zo correct mogelijk Nederlands te spreken, met een Brabants accent natuurlijk. ;-)
Met zijn twintig maanden beginnen we nu echt meerdere woorden te krijgen van 't Zondagskindje. Het was al geruime tijd duidelijk te zien dat hij veel echt in twee talen begrijpt; als ik iets in het Nederlands vroeg en Manlief vervolgens in het Engels wist hij van beide wat we bedoelden. Het zelf praten, komt wat langzamer op gang. Iets wat een bekend fenomeen is bij tweetalige kinderen.
Mooi om te zien is hoe hij voor sommige woorden de Nederlandse variant kiest en voor andere de Engelse variant. Zo ga ik regelmatig in de douche en is Manlief meer een bad-type. 't Zondagskindje zegt dus 'douche' in plaats van 'shower'. Ook zegt hij 'door' in plaats van 'deur' en 'klaar' in plaats van 'finished'.
Verder heeft hij ook gekozen voor 'NO' in plaats van 'nee'. 'No' wordt overigens ook gebruikt als hij eigenlijk 'yes/ja' bedoelt, maar dat heeft dan weer niks met tweetalig zijn te maken. Dat is gewoon peuter-zijn.