05 oktober 2014

Dublin Race Series - Race 4: Half Marathon

Qua voorbereiding ging het tijdens de aanloop naar de HM net zo lekker als toen met de 10 Mile. Beroerd en te weinig dus. We hadden een jarige en een vakantie en en en. Dat dus. Maar op één of andere manier was ik dit keer veel rustiger. Ik had meer het 'ik zie wel waar het schip (waarin ik hetschip was natuurlijk) strandt.

Voor de jongens zou het te lang zijn. Ze gaven ook niet echt veel zon aan, dus om te voorkomen dat ze verveeld en koud zouden worden, bleven ze thuis en paste vriendin W op ze. Dit betekende ook dat Manlief meer bewegingsruimte had, want het loopt nou eenmaal een stuk sneller zonder wandelwagen en buggyboard. 

We vertrokken iets na achten en onderweg at ik mijn banaantje. Ik dronk een flesje energiedrank, gatver! Maar ik wilde het lege gevoel van de 10 Mile voorkomen. 

Daar aangekomen, maakte ik mijn spullen in orde; racenummer opspelden, bottlebelt om doen, dat werk. Tas ingeleverd en nog 'even' naar het toilet. Dat duurde iets langer dan verwacht. Wat een mensenmassa! 8.000 deelnemers, wauw! 

Ik begaf me naar mijn startvak. Dat van 120+ minuten. Wel realistisch blijven hè. Ik had een beetje 2:20 in mijn hoofd gehad toen ik aan deze serie begon. Maar wist niet of het haalbaar zou zijn door het weinige lopen. Als het maar niet langer dan 2:30 was. 

Tien uur, startschot. Die eerste 2 Miles is het druk. Het is een relatief smal weggetje waar 8.000 mensen hun plekje in de groep proberen te vinden. Inhalen, links er langs, even over het gras. Ga ik te snel? Houd ik dit 13.1 Miles vol? Naast me vertelt een vrouw tegen haar loopmaatje dat ze die eerste Miles nooit leuk vindt. Dat ze liever bij de 8 Miles is. Wat een rare denk ik, bij 8 Miles ben je kapot man. Achteraf heeft ze natuurlijk gewoon gelijk. 

Na anderhalve Mile zie ik Manlief. Dat er 'maar' 6.000 man voor me loopt zegt hij. Dat betekent dat er 2.000 áchter me lopen denk ik. Zo. 

De groep spreidt zich uit, de snellen gaan SNEL. We lopen inmiddels op een bekende route. Het saaie stuk. Althans, zo heb ik het de vorige keer ervaren. Ik herinner mezelf eraan iedere Mile wat te drinken. 

3 Mile, waterstop. Negeren, water heb ik zelf bij. Maar man wat moet ik plassen. Ik overweeg een boom te zoeken. Maar dat betekent stoppen en dus daarna weer een ritme zien te vinden. Ik twijfel. Ik twijfel anderhalve Mile. Dan lopen we weer de drukte in, publiek, plassen achter een boom is geen optie. Doorlopen. 

Net voor de 5 Mile staat Manlief weer. Ik loop lekker. Ineens zie ik toiletten. En realiseer me dat ik helemaal niet meer hoef. 'Nu wordt het weer lekker vlak', zegt één van de stewarts. Ik had niet gemerkt dat we omhoog liepen. 7,5 Mile; water en flesjes energiedrank. Ik neem er één en neem me voor het helemaal leeg te drinken. Niet drie slokken en dan in de berm mikken. Ik zie Manlief weer en weet dat dat de laatste keer tot de finish zal zijn. 

En ja hoor, net als vorige keer zitten de eerste gefinishte lopers al in het gras. Ik heb nog 8 kilometer. Maar ik loop wel lekker. Ik begin weer te rekenen; Miles naar kilometers en terug. Maar bij 9 Miles begin ik toch wat moe te worden. Ik ga me focussen om mijn lichaam en hoe ver ik nog moet, in plaats van hoe ver ik al ben gekomen. Ik raak m'n ritme kwijt. Gelukkig heb ik mijn oordopjes tóch meegenomen. Ik plug ze in mijn telefoon en start de 'running' playlist. Ik zet de muziek op standje 'net iets harder dan gedachtes in mijn hoofd'. Lekker, afleiding en het juiste ritme. 

Bij 10 Mile rennen we Phoenix Park uit en is het 2 Mile over de weg. Ik drink mijn laatste slokken energy drank en gooi het flesje in een prullenbak. Om me heen wordt veel gewandeld. Maar ik ken dit stuk. Ik weet waar het omhoog gaat en hoe ver het nog is. Dat helpt.  

We draaien het park weer in en de laatste 1,5 Mile gaan in. Mooi stuk dit, wat heuvelachtig maar niks geks. Ik heb nog steeds niet op mijn telefoon gekeken om mijn tijd te controleren. Ik loop nog steeds lekker, maar schat in dat de 2:20 niet haalbaar is. 

Alsof mijn lichaam weet dat ik er bijna ben, begint mijn heup pijn te doen. Nog even doorzetten. Negeren dus. Vlak voor de finish pak ik mijn telefoon en check toch de tijd. Tegelijkertijd zie ik Manlief. 'Ruim onder de 2:30!' roept hij. Ik had mijn tijd gezien en wist dat ik nu rond de 2:19 zat. Dus ik zeg tegen hem dat als ik nu heel hard ren ik nog onder de 2:20 binnen kan komen. Ik trek een sprintje. Nooit geweten dat je dat nog in je kan hebben na 21 kilometer. Ik zie de klok, de omroeper noemt mijn naam, de 2:20 ga ik niet halen. Maar who cares? 



Met 2:20:29 kom ik over de streep. 

Wat ben ik blij!
Er zijn drie tranen, een banaan en een flesje drinken. 
Dan wandelen we terug naar de auto. 

Been there, done that, got the t-shirt.

29 september 2014

Dagelijks leven

Meer dan een maand sinds ik voor het laatst schreef. Heb ik dan niks meegemaakt of gedaan sindsdien? Jawel. Zo veel zelfs dat ik geen tijd had erover te schrijven. 

Een kleine greep uit augustus en september: 


't Zondagskindje werd drie! Met z'n vieren pakten we de trein naar Dublin, op zoek naar een helm voor bij het klimharnas dat hij ook kreeg. 


Mijn verjaardagscadeau van Manlief werd bezorgd. Precies zoals ik het in mijn hoofd had. Ik ben er heel blij mee. 


Vakantie! We namen de boot naar Franrijk en zaten tien dagen in de zon op het strand/in het zwembad/voor de stacaravan/op de fiets. Het was heerlijk! 


Kleine kindjes worden groot en dus ging 't Zondagskindje voor het eerst naar preschool. Twee dagen per week (9-12.30). De eerste dag wilde hij al niet meer mee naar huis. Volgens mij is dat een goed teken. 


Z'n broer op school betekent voor Mr Finney wat één op één tijd met mij. Fijn voor ons beide. 


Toen was het 'ineens' 20 september; de dag van de halve marathon van Dublin. Maar daarover later deze week meer. 


En om de bizar drukke september goed af te sluiten vierden we afgelopen zaterdag dat we eerder deze maand vijf jaar getrouwd waren en dat ons huis ein-de-lijk af is! Ik stond twee dagen in de keuken, maar dan heb je ook wat. 

Kom maar op met oktober. 




27 augustus 2014

Dublin Race Series - Race 3: 10 Miles

Man, man, wat een twijfel.

'Wie houd ik nou voor de gek, denkend dat ik 16 kilometer kan hardlopen?'
'Duizenden mensen doen dit. Dan moet ik dit toch ook kunnen?'
'Besluiten niet te gaan, zou op zich ook een overwinning zijn. Een overwinning op mijn koppigheid.'
'Failure is not an option. Ever.'



Er werd weinig gelopen de afgelopen maand. Augustus is druk en slecht slapen betekent weinig energie. Het laatste waar ik 's ochtends om 7 uur, na een gebroken nacht, zin in heb, is hardlopen. Het laatste waar ik 's avonds om acht uur zin in heb, na een drukke dag met de jongens en een moeilijk bedritueel, is hardlopen. 

Maandag voor de race liep ik even. Drama. Dat was echt drie keer niks.
Donderdag was het erop of eronder; ik besloot acht kilometer te lopen (de helft van wat ik zaterdag zou lopen) en dan besluiten te gaan of niet. Die acht kilometer gingen verrassend goed. Gaan dus.

Om half tien kwam ik aan, leverde mijn tas in. Brrrrr, koud zo in mijn hempje. Misschien toch de verkeerde kledingkeuze gemaakt? Ik wandelde naar mijn startersvak en spontaan brak de zon door.



Iets over tien ging het startschot voor mijn vak. Wat een drukte; 5800 deelnemers!
We renden de zon tegemoet.

Na ongeveer anderhalve mijl zag ik ineens Manlief en de jongens staan. We zwaaiden, hij riep iets van 'nog maar negen te gaan!' en toen waren ze alweer uit het zicht. 

Die linker heup. Hmmmm. Toch niet helemaal 100%, zo bleek. Maar het voordeel van een race is dat er zo veel afleiding is. Mensen, nieuwe omgeving, de irritante muziek van iemand net achter me. Je vergeet, bijna, je eigen 'gevecht'. 

Mijl 2 en 3 gingen niet zo vlot; ik greep me vast (figuurlijk hè mensen, figuurlijk) aan een koppel dat een voor mij fijn tempo liep en volgde hen op de voet. Ik moest een ritme vinden. 

Net na het 3 mijl bord de eerste waterstop. Maar wat was ik blij met mijn eigen waterflesjes. Ik heb daarmee een constante toegang tot water en hoef niet al rennend uit een bekertje te drinken. Ik raak het koppel kwijt, zij drinken wat. 

En dan ineens gaat het lekker. Ik kan zowaar glimlachen. Zie mensen (heel veel mensen) voor me en haal er een paar in. Ik klets wat met een mede moeder hardloopster over haar kotsend kind die nacht en mijn slaapweigeraars. En dan ineens ben ik halverwege. 5 mijl. 

Maar hé, daar zit iemand in het gras. Met een paars tshirt aan. Het paarse tshirt dat je krijgt BIJ DE FINISH! Holy shit; deze jongeman is al gefinisht. Ik ben pas halverwege. Ik vind het vrij hilarisch. (Later bleek de winnaar te zijn gefinisht in 49:42. Dat is niet normaal). 

Ik loop weer op de weg waar we startten, met m'n gezicht in de zon. Wat heerlijk. 

Ik zie ze al lang voor zij mij zien; Na 6 mijl staat mijn cheerleading team weer paraat. Precies op het goede moment. Ik vind mijn 'second wind' en loop heerlijk door naar het 7 mijl punt. 

Vanaf daar begint het rekenen; hoe ver is dat in kilometers? Als afleiding. Voor we startten vertelde de omroeper over de vlakke eerste 8,5 mijl en de heuvelachtige 1,5 laatste mijl. Ik maak me een beetje zorgen. Zeker als ik tussen de 8 en 9 mijl merk dat ik honger krijg. Ik drink water om een vol gevoel te faken. Het werkt. 

Ik bereid me voor op het bergopwaarts. 
Zo'n 800 meter gaat het omhoog. Maar niet stijl, glooiend. Vind ik. Vindt mijn lichaam. Mijn lichaam dat redelijk gewend is aan het lopen in het Wicklow Mountains gebied. Andere hardlopers hebben het er echter moeilijk mee. 

Is mijn lichaam toch sterker dan ik dacht. 

Die laatste mijl zweef ik zo'n beetje. Wat fijn dit. Ja ik ben moe, ja ik heb honger, ja mijn heup is niet blij. Maar als ik er 9 op heb zitten, kan die tiende ook nog wel. 

400 meter voor de finish roept de omroeper mijn naam op. Nice. 



Ik kom glimlachend over de streep. 


07 augustus 2014

De tegenpolen

Mr Finney was een maand of tien toen mijn vader het al zei: 'Daar krijg je het nog mee te stellen'. 

't Zondagskindje was/is geen extreem makkelijk kindje; alles, alles, alles ziet hij, onthoudt hij en moet hij dan verwerken. Zijn hoofdje werkt belachelijk hard om alles te leren, te kopiëren en een plekje te geven. Maar als je nog geen drie bent, betekent dat vaak een overload. Het is soms gewoon te veel. Dat resulteert bij hem voornamelijk in problemen met slapen; ook dan kan zijn hoofd niet stoppen. (Dit is overigens al zo vanaf dag één. Ik vergeet nooit dat hij 24 uur oud was en weigerde te slapen. Voeden, wiegen, inbakeren, het werkte niet. De verloskundige en ik hebben hem uiteindelijk om drie uur 's nachts in bad gedaan in de hoop hem rozig te maken. Dat werkte, voor een uur of twee). En ik hoef niet uit te leggen wat te weinig slaap met een peuter doet. 

Omdat 't Zondagskindje dus (soms) zoveel energie vraagt, een redelijke gebruiksaanwijzing heeft, van regelmaat en voorspelbaarheid houdt, dachten wij dat Mr Finney dus een makkie werd. Het kind slaapt (of in ieder geval beter dan 't Zondagskindje), past zich aan en heeft geen last van overstimulatie. Appeltje eitje. 

How wrong were we! 

Mr Finney is onze boef, onze sloper, onze Houdini, onze zichzelf woedend op de grond gooier, onze kamikaze, onze doener. 

Niks is veilig. De hoeveelheid speelgoed en huis gerei dat hij al heeft gesloopt is ongelofelijk. Hoe vaak ik hem al van de bovenste tree van de trap heb geplukt, is ontelbaar. Stampvoeten, gillen uit frustratie. Veertien maanden hè, pas veertien maanden. 

't Zondagskindje speelt uren met tractors, graafmachines, dump trucks, blokken, hamers, stenen. Hij bouwt, in zijn eigen wereldje. 

Mr Finney voetbalt, heeft alleen interesse in blokken torens als hij ze mag omgooien en maait de tractor door de kamer als hij er niet op kan klimmen. 

Daar krijgen we het nog mee te stellen. 

29 juli 2014

Brandweerman Sam, eat your heart out!

Soms vraag ik me echt af hoe het toch komt dat ik niet meer gedaan krijg op een dag dan de 'bare minimum' en heel soms een extraatje. 
Moet ik beter plannen? 
Werk ik te langzaam?
Hoe doen anderen dat toch?

Dus besloot ik een paar dagen écht op te letten wat ik deed en hoe lang ik er over doe. Dan zou ik het euvel zó op kunnen lossen. Dacht ik. 

Ik heb besloten een rood pak te vragen voor mijn verjaardag volgende maand. Zo-een met een helm. En reflexterende strepen. En dan moet Manlief mijn auto even overspuiten. En er een ladder en spuit op monteren. 

Want eigenlijk ben ik een verijdeld brandweervrouw. 

Brandjes blussen is alles wat ik doe. Het ene noodgeval na het andere komt binnen op de 112 mama-lijn. 

Voorbeeldje:
Na het ontbijt wil ik de tafel afruimen, vaatwasser leeghalen en een was aanzetten. 
Als dat een half uur duurt, dan doe je het op je gemak. 

Maar dan. 
'Ik moet plassen! Mama, even helpen.' (ik help 't Zondagskindje naar de wc, ik 'moet' blijven want hij kan echt met geen mogelijkheid zelf zijn broek omhoog doen, zegt 'ie)
RINKELDEKINKEL (Mr Finney heeft een kommetje uit de vaatwasser, die ik aan het leeghalen was toen ik werd geroepen voor het wc-noodgeval, getrokken en laat dat op de keukenvloer kapot vallen. Ik ren naar de keuken en trek hem, met z'n blote voetjes, tussen de scherven vandaan.)
'Mama, ik ben klaar! Helpen!' (Ik neem Mr Finney mee naar de badkamer en help 't Zondagskinjde van de wc. Mr Finney ziet zijn kans schoon, pakthet uiteinde van de toiletrol vast en rent weg. Badkamer bedolven onder papier. Opruimen, kinderen de deur uit bonjouren en deur dicht)
Stofzuigen, want scherven en splintertjes. 
'Whewhewhewhe' (Mr Finney is bang voor de stofzuiger en dus zuig ik met 12 kilo peuter op de heup de hele hut)
Warempel, het speelt. Dus naar boven, was in de mand en naar de schuur. 
'Whewhewhewhe' (nog voor ik de deur uit bent, staat Mr Finney te huilen. Hij speelt ergens mee en 't Zondagskindje bedacht net dáár mee te willen spelen. Bijna drie vs 14 maanden is een ongelijke strijd. Ik spreek 't Zondagskindje toe en leidt Mr Finney af met iets anders. 
Was in machine, aanzetten, naar binnen. 

ANDERHALF UUR LATER is de tafel afgeruimd, de vaatwasser leeg en draait het wasmachine. 

Het is pas 10 uur.
Gelukkig heb ik nog een hééééééle lang dag voor me liggen om allerlei nuttige dingen te doen. Of zoiets.

26 juli 2014

Dagelijks leven


Jaren riep ik dat ik hortensia's wilde. Vorige jaar plantten we ze en dit jaar stonden ze al prachtig in bloei. 



Soms moet je het onaangename met het aangename verenigen; wat boodschappen doen en een lekker broodje eten.



We moesten er echt aan geloven; Mr Finney moest naar de kapper. 
Hij vond het allemaal wel prima. Maar als je in een vliegtuig zit, heb je natuurlijk sowieso al lol.  



10 uur: koffie tijd.
En fruit en drinken voor de jongens. 
'Nana' is de all-round favoriet.  
 


Nanny heeft een piano in huis. Zij liever dan ik. ;-)



Zondag was race nummer 2 in de Dublin Race Series; 10 kilometer. 
Daarover dit weekend een logje. 



 We willen dolgraag met de jongens gaan kamperen. Maar hoe zou dat dan met de slaapweigeraar, aka 't Zondagskindje, gaan? We besloten te oefenen, in eigen tuin. Het duurde zo'n twee uur voor hij in dromenland was, maar vervolgens sliep hij de hele nacht. Iets wat hij al in geen weken heeft gedaan. Ik denk erover een tent in zijn slaapkamer te zetten.

10 juli 2014

What a difference a day makes

Om maar met de deur in huis te vallen; 't Zondagskindje maakt er weer een potje van als het op slapen aan komt. 

Iets meer dan een maand geleden deden we hem zijn allerlaatste luier om en drie dagen later was hij zowel overdag als 's nachts droog. Ideaal! Die eerste nachten was natuurlijk wennen en werd hij geregeld wakker. Daarna voornamelijk vroeg in de ochtend; een lichtere slaap en een lichaam wat merkte dat de blaas vol was. Twee weken geleden werd hij ook nog ziek en toen was het feest compleet. 

Hij wordt nu regelmatig 's nachts een keer wakker en is om uiterlijk half zes wel klaar met slapen. Denkt hij. Dat is allemaal leuk en aardig, zo voor een dag of twee. Maar het lontje is kort en de energielevels laag. 

Vanochtend meldde hij zich om kwart over vijf, nadat hij ook rond middernacht al wakker was geweest. Hij blieft dan ook niemand anders dan MAMA. Ja, ik voel me ontzetten vereerd, dat snapt u. Hij kreeg het vandaag voor elkaar ook zijn broertje wakker te maken, dus wij hadden voor zessen al twee wakkere kinderen. Dat maakt voor een lange, lange dag. 

Sommige dagen kan ik me er overheen zetten. Sommige dagen niet. 
Vandaag was zo'n 'niet' dag. Het was even op. We hadden tijdens het ontbijt al ruzie. Er werd gejengeld en aan haren getrokken en geduwd en een beker melk omgegooid. 

'Wat doen wij nou zo ontzettend verkeerd?' denk ik dan. En meer van dat soort twijfels. 

Maar de dag draait gewoon door. Zo blijkt. De was werd aangezet, de vaatwasser uitgeruimd. De jongens speelden wat (zonder elkaar de hersens in te rammen!). Mr Finney ging om elf uur naar bed en ik besloot wat één op één tijd met 't Zondagskindje te doen; puzzels en meer van dat soort educatieve spelletjes. Dat was fijn en nodig. We lunchten samen en keken wat Nijntje filmpjes op YouTube toen bleek dat om kwart over vijf opstaan toch wel vermoeind is als je nog geen drie bent. Pas om iets voor twee meldde Mr Finney zich, die ik vervolgens wat te eten gaf en daarna speelden ze heerlijk buiten.  

Voor zevenen lagen ze beiden in dromenland en ging ik nog een heerlijk rondje hardlopen (met dit keer de 8 km wél onder de 50 minuten). 

Ik begon de dag als een hoopje ellende en eindigde hem opgewekt, sterk en energiek. Dat zal niet altijd lukken, maar het is fijn om te zien dat het kan.