16 november 2014

Sinterklaas & Santa Claus: hoe combineren wij dat?

Als je opgroeit in een gezin met verschillende nationaliteiten krijg je natuurlijk 'the best of both worlds'. Maar om nou Sinterklaas én de kerstman een volle lading te laten bezorgen, is natuurlijk overdreven. 

Nu 't Zondagskindje drie is en naar preschool gaat, snapt hij echt wie Sinterklaas en Santa zijn en vooral wat ze doen. We vinden het belangrijk en leuk om beide tradities uit te leggen en te 'vieren'. Maar hoe pakken we dat nou het best aan, zonder dat ons huis eind december op een speelgoedwinkel lijkt? 

Sinterklaas maakt er wel een langgerekt verhaal van hè? Komt midden november al aan in Nederland. Vanaf die tijd wordt al regelmatig de schoen gezet. Dan komt hij vaak nog bij opa en oma thuis, op school, op de gym/hockey/voetbal/zwem/paarden club, op papa en mama's werk. En dan als klap op de vuurpijl is er 5 december! 

Eigenlijk is de kerstman voor ons ouders veel makkelijker; die man komt één keer, op kerstavond, en daarmee is het klaar. Ook dan krijgen de kinderen meestal wel een cadeautje bij opa en oma of bij oom en tante, maar in mindere mate dan bij Sinterklaas. 

Maar we lijken een plan te hebben. 

Vanmiddag kijken we de intocht van Sinterklaas. Gisteren was een drukke dag en eerlijk, we wonen op veilige afstand van Nederland dus dat hij eigenlijk gisteren al aan kwam, weten de jongens niet. Verder staat er ook nog pepernoten bakken op de planning. 

Maar de schoen zetten, daar doen we hier niet aan. Want het is heel simpel: Sinterklaas is in Nederland, dan kan hij niet ook nog 's nachts op en neer galopperen naar Ierland. Het goede nieuws is dat de jongens beide vorige week post kregen van opa en oma. Ze mogen daar, samen met nichtje Puck, de schoen komen zetten! Dus vliegen we begin december een weekendje naar Nederland. (En aangezien het allemaal mee terug moet kunnen, is de hoeveelheid en omvang van de cadeaus beperkt). Ik zelf heb mijn wensen voor dat weekend ook doorgegeven: boerenkool met worst, een chocoladeletter en mikkemannen. 

En dan hebben we nog Santa. Op kerstochtend zijn we fijn met z'n vieren thuis en schat ik dat we wel wat onder de boom zullen vinden. Maar dit houden wij altijd beperkt; alles om niet toe te voegen aan die stapel lichtgevend en geluidmakend plastic. Daarna vertrekken we naar Dublin voor het kerstdiner in Nanny's huis en met een beetje geluk ligt daar ook iets. 

De jaren dat we niet in Nederland zijn met Sinterklaas zijn er dus ook geen Sinterklaascadeaus en als we met kerst niet in Ierland zijn, zijn er hier geen kerstcadeaus. Je moet het, voor zowel jezelf als de kinderen, niet moeilijker maken dan het is. 

En als u me nu even wil excuseren, ga ik de Little People Sint, Piet en paard zoeken. 

13 november 2014

Swap till you drop


Een gewone donderdag morgen. Ik stond de vaatwasser leeg te ruimen. En ineens: 

W O O S H !

Een ontzettende brainwave. Ik maakte een What's App groep aan, gooide het idee in de groep en binnen no time kwamen de enthousiaste reacties binnen. 

Op Instagram zag ik de laatste tijd veel swaps voorbij komen. Sommige vrij groot opgezet, met wel 800 deelnemers. Veelal met de nadruk op interieur. En ik kreeg er een beetje een 'kijk mij eens creatief zijn' en 'kijk eens hoeveel tijd en geld ik wil investeren in deze swap' gevoel bij. Terwijl ik het eigenlijke idee, iets maken voor iemand en dat gezellig opsturen, wél leuk vind. Verder waren deze swaps in Nederland georganiseerd en werd het lastig met naar het buitenland versturen, ivm verzendkosten en -tijd.

Dus organiseerde ik mijn eigen swap. Met mijn eigen vriendinnen en vriendinnen van vriendinnen. Zo simpel kan het soms zijn. 

Het idee is simpel: zelf iets maken voor iemand uit de groep. Je mag niets kopen, alles wordt gemaakt met materiaal wat je al in huis hebt (of bij je moeder uit de keukenla 'leent'). Het moet gebaseerd zijn op drie steekwoorden die je swapmaatje heeft opgegeven. En het moet in een A4 (bubbel) envelop passen. 

Inmiddels zijn de namen verdeeld en wordt er al flink inspiratie opgedaan en plannen gemaakt. Om de drukke maand december te vermijden, hebben we een verzenddatum in januari gekozen. Dan wordt die saaie grijze maand ook weer wat leuker. 

Ik heb de andere swapsters gevraagd af en toe een teaser te laten zien in de WA groep, zonder duidelijk te maken voor wie het is. Als er wat teasers binnen zijn, zal ik die hier natuurlijk laten zien. 

Ik ben nu al benieuwd wat er straks bij wie op de deurmat valt!

29 oktober 2014

Over acceptatie

Toen ik ruim twee jaar geleden mijn ontslagbrief overhandigde, was het plan om twee maandjes thuis te zijn en daarna weer te gaan solliciteren. Maar die september stond ik met een positieve zwangerschapstest in m'n hand en dus negen maanden later met een baby op de arm. 

Na de geboorte van Mr Finney hield ik de banensites en krant in de gaten maar een echt geschikte baan kwam niet op mijn pad. 

Het feit wil namelijk dat we het best redden zo, op één inkomen. Wonen op het platteland betekent dat er in de directe omgeving zeer weinig banen te vinden zijn en ik richting Dublin zal moeten reizen wat al snel drie uur reistijd per dag met zich mee brengt. Tegen de tijd dat kinderopvang- en reiskosten van mijn potentiële salaris af zijn, blijft er niet genoeg over om het dat gereis en de opvang waard te maken. Alleen omdat ik wíl/vind dat ik móet werken. 

Want zo is het, weet ik nu. 

Ik heb het best moeilijk gehad met thuis zijn. Ik heb de druk gevoeld, van mezelf en anderen, dat werken erbij hoort, iets is wat je gewoon doet. Ik had het gevoel toe te moeten voegen aan de maatschappij, dat je pas mee telt als je werkt. Ik heb gestudeerd, verspilde nu al die vergaarde informatie. Zelf dit blog ging alleen nog maar voor het moederen. Dit was nooit de planning geweest! 

Daar wringde de schoen ook vooral: mijn leven liep niet zoals we hadden gepland/gedacht. En daarmee had ik geen idee waar het me naar zou leiden. 

Deze gedachtes in combinatie met de verbouwing en het slaapgebrek maakte dat ik het maar niks leuk vond. Wat dééd ik nou voor zinnigs? 

Maar ineens lijkt het lichter in mijn hoofd. De laatste twee/drie maanden lijk ik het zowaar fijn te vinden thuis te zijn. Er is een soort acceptatie gearriveerd in mijn hoofd. Eindelijk

En wat ik nou voor zinnigs doe? 
Ik breng onze kinderen groot. 
Ik ben er voor de eerste hapjes en eerste stapjes, ik ben er voor de tranen en de kusjes, ik ben er om mét ze te spelen en om ze te zíen spelen, ik ben er als ze wakker worden en als ze gaan slapen. 
Ik ben er. 

05 oktober 2014

Dublin Race Series - Race 4: Half Marathon

Qua voorbereiding ging het tijdens de aanloop naar de HM net zo lekker als toen met de 10 Mile. Beroerd en te weinig dus. We hadden een jarige en een vakantie en en en. Dat dus. Maar op één of andere manier was ik dit keer veel rustiger. Ik had meer het 'ik zie wel waar het schip (waarin ik hetschip was natuurlijk) strandt.

Voor de jongens zou het te lang zijn. Ze gaven ook niet echt veel zon aan, dus om te voorkomen dat ze verveeld en koud zouden worden, bleven ze thuis en paste vriendin W op ze. Dit betekende ook dat Manlief meer bewegingsruimte had, want het loopt nou eenmaal een stuk sneller zonder wandelwagen en buggyboard. 

We vertrokken iets na achten en onderweg at ik mijn banaantje. Ik dronk een flesje energiedrank, gatver! Maar ik wilde het lege gevoel van de 10 Mile voorkomen. 

Daar aangekomen, maakte ik mijn spullen in orde; racenummer opspelden, bottlebelt om doen, dat werk. Tas ingeleverd en nog 'even' naar het toilet. Dat duurde iets langer dan verwacht. Wat een mensenmassa! 8.000 deelnemers, wauw! 

Ik begaf me naar mijn startvak. Dat van 120+ minuten. Wel realistisch blijven hè. Ik had een beetje 2:20 in mijn hoofd gehad toen ik aan deze serie begon. Maar wist niet of het haalbaar zou zijn door het weinige lopen. Als het maar niet langer dan 2:30 was. 

Tien uur, startschot. Die eerste 2 Miles is het druk. Het is een relatief smal weggetje waar 8.000 mensen hun plekje in de groep proberen te vinden. Inhalen, links er langs, even over het gras. Ga ik te snel? Houd ik dit 13.1 Miles vol? Naast me vertelt een vrouw tegen haar loopmaatje dat ze die eerste Miles nooit leuk vindt. Dat ze liever bij de 8 Miles is. Wat een rare denk ik, bij 8 Miles ben je kapot man. Achteraf heeft ze natuurlijk gewoon gelijk. 

Na anderhalve Mile zie ik Manlief. Dat er 'maar' 6.000 man voor me loopt zegt hij. Dat betekent dat er 2.000 áchter me lopen denk ik. Zo. 

De groep spreidt zich uit, de snellen gaan SNEL. We lopen inmiddels op een bekende route. Het saaie stuk. Althans, zo heb ik het de vorige keer ervaren. Ik herinner mezelf eraan iedere Mile wat te drinken. 

3 Mile, waterstop. Negeren, water heb ik zelf bij. Maar man wat moet ik plassen. Ik overweeg een boom te zoeken. Maar dat betekent stoppen en dus daarna weer een ritme zien te vinden. Ik twijfel. Ik twijfel anderhalve Mile. Dan lopen we weer de drukte in, publiek, plassen achter een boom is geen optie. Doorlopen. 

Net voor de 5 Mile staat Manlief weer. Ik loop lekker. Ineens zie ik toiletten. En realiseer me dat ik helemaal niet meer hoef. 'Nu wordt het weer lekker vlak', zegt één van de stewarts. Ik had niet gemerkt dat we omhoog liepen. 7,5 Mile; water en flesjes energiedrank. Ik neem er één en neem me voor het helemaal leeg te drinken. Niet drie slokken en dan in de berm mikken. Ik zie Manlief weer en weet dat dat de laatste keer tot de finish zal zijn. 

En ja hoor, net als vorige keer zitten de eerste gefinishte lopers al in het gras. Ik heb nog 8 kilometer. Maar ik loop wel lekker. Ik begin weer te rekenen; Miles naar kilometers en terug. Maar bij 9 Miles begin ik toch wat moe te worden. Ik ga me focussen om mijn lichaam en hoe ver ik nog moet, in plaats van hoe ver ik al ben gekomen. Ik raak m'n ritme kwijt. Gelukkig heb ik mijn oordopjes tóch meegenomen. Ik plug ze in mijn telefoon en start de 'running' playlist. Ik zet de muziek op standje 'net iets harder dan gedachtes in mijn hoofd'. Lekker, afleiding en het juiste ritme. 

Bij 10 Mile rennen we Phoenix Park uit en is het 2 Mile over de weg. Ik drink mijn laatste slokken energy drank en gooi het flesje in een prullenbak. Om me heen wordt veel gewandeld. Maar ik ken dit stuk. Ik weet waar het omhoog gaat en hoe ver het nog is. Dat helpt.  

We draaien het park weer in en de laatste 1,5 Mile gaan in. Mooi stuk dit, wat heuvelachtig maar niks geks. Ik heb nog steeds niet op mijn telefoon gekeken om mijn tijd te controleren. Ik loop nog steeds lekker, maar schat in dat de 2:20 niet haalbaar is. 

Alsof mijn lichaam weet dat ik er bijna ben, begint mijn heup pijn te doen. Nog even doorzetten. Negeren dus. Vlak voor de finish pak ik mijn telefoon en check toch de tijd. Tegelijkertijd zie ik Manlief. 'Ruim onder de 2:30!' roept hij. Ik had mijn tijd gezien en wist dat ik nu rond de 2:19 zat. Dus ik zeg tegen hem dat als ik nu heel hard ren ik nog onder de 2:20 binnen kan komen. Ik trek een sprintje. Nooit geweten dat je dat nog in je kan hebben na 21 kilometer. Ik zie de klok, de omroeper noemt mijn naam, de 2:20 ga ik niet halen. Maar who cares? 



Met 2:20:29 kom ik over de streep. 

Wat ben ik blij!
Er zijn drie tranen, een banaan en een flesje drinken. 
Dan wandelen we terug naar de auto. 

Been there, done that, got the t-shirt.

29 september 2014

Dagelijks leven

Meer dan een maand sinds ik voor het laatst schreef. Heb ik dan niks meegemaakt of gedaan sindsdien? Jawel. Zo veel zelfs dat ik geen tijd had erover te schrijven. 

Een kleine greep uit augustus en september: 


't Zondagskindje werd drie! Met z'n vieren pakten we de trein naar Dublin, op zoek naar een helm voor bij het klimharnas dat hij ook kreeg. 


Mijn verjaardagscadeau van Manlief werd bezorgd. Precies zoals ik het in mijn hoofd had. Ik ben er heel blij mee. 


Vakantie! We namen de boot naar Franrijk en zaten tien dagen in de zon op het strand/in het zwembad/voor de stacaravan/op de fiets. Het was heerlijk! 


Kleine kindjes worden groot en dus ging 't Zondagskindje voor het eerst naar preschool. Twee dagen per week (9-12.30). De eerste dag wilde hij al niet meer mee naar huis. Volgens mij is dat een goed teken. 


Z'n broer op school betekent voor Mr Finney wat één op één tijd met mij. Fijn voor ons beide. 


Toen was het 'ineens' 20 september; de dag van de halve marathon van Dublin. Maar daarover later deze week meer. 


En om de bizar drukke september goed af te sluiten vierden we afgelopen zaterdag dat we eerder deze maand vijf jaar getrouwd waren en dat ons huis ein-de-lijk af is! Ik stond twee dagen in de keuken, maar dan heb je ook wat. 

Kom maar op met oktober. 




27 augustus 2014

Dublin Race Series - Race 3: 10 Miles

Man, man, wat een twijfel.

'Wie houd ik nou voor de gek, denkend dat ik 16 kilometer kan hardlopen?'
'Duizenden mensen doen dit. Dan moet ik dit toch ook kunnen?'
'Besluiten niet te gaan, zou op zich ook een overwinning zijn. Een overwinning op mijn koppigheid.'
'Failure is not an option. Ever.'



Er werd weinig gelopen de afgelopen maand. Augustus is druk en slecht slapen betekent weinig energie. Het laatste waar ik 's ochtends om 7 uur, na een gebroken nacht, zin in heb, is hardlopen. Het laatste waar ik 's avonds om acht uur zin in heb, na een drukke dag met de jongens en een moeilijk bedritueel, is hardlopen. 

Maandag voor de race liep ik even. Drama. Dat was echt drie keer niks.
Donderdag was het erop of eronder; ik besloot acht kilometer te lopen (de helft van wat ik zaterdag zou lopen) en dan besluiten te gaan of niet. Die acht kilometer gingen verrassend goed. Gaan dus.

Om half tien kwam ik aan, leverde mijn tas in. Brrrrr, koud zo in mijn hempje. Misschien toch de verkeerde kledingkeuze gemaakt? Ik wandelde naar mijn startersvak en spontaan brak de zon door.



Iets over tien ging het startschot voor mijn vak. Wat een drukte; 5800 deelnemers!
We renden de zon tegemoet.

Na ongeveer anderhalve mijl zag ik ineens Manlief en de jongens staan. We zwaaiden, hij riep iets van 'nog maar negen te gaan!' en toen waren ze alweer uit het zicht. 

Die linker heup. Hmmmm. Toch niet helemaal 100%, zo bleek. Maar het voordeel van een race is dat er zo veel afleiding is. Mensen, nieuwe omgeving, de irritante muziek van iemand net achter me. Je vergeet, bijna, je eigen 'gevecht'. 

Mijl 2 en 3 gingen niet zo vlot; ik greep me vast (figuurlijk hè mensen, figuurlijk) aan een koppel dat een voor mij fijn tempo liep en volgde hen op de voet. Ik moest een ritme vinden. 

Net na het 3 mijl bord de eerste waterstop. Maar wat was ik blij met mijn eigen waterflesjes. Ik heb daarmee een constante toegang tot water en hoef niet al rennend uit een bekertje te drinken. Ik raak het koppel kwijt, zij drinken wat. 

En dan ineens gaat het lekker. Ik kan zowaar glimlachen. Zie mensen (heel veel mensen) voor me en haal er een paar in. Ik klets wat met een mede moeder hardloopster over haar kotsend kind die nacht en mijn slaapweigeraars. En dan ineens ben ik halverwege. 5 mijl. 

Maar hé, daar zit iemand in het gras. Met een paars tshirt aan. Het paarse tshirt dat je krijgt BIJ DE FINISH! Holy shit; deze jongeman is al gefinisht. Ik ben pas halverwege. Ik vind het vrij hilarisch. (Later bleek de winnaar te zijn gefinisht in 49:42. Dat is niet normaal). 

Ik loop weer op de weg waar we startten, met m'n gezicht in de zon. Wat heerlijk. 

Ik zie ze al lang voor zij mij zien; Na 6 mijl staat mijn cheerleading team weer paraat. Precies op het goede moment. Ik vind mijn 'second wind' en loop heerlijk door naar het 7 mijl punt. 

Vanaf daar begint het rekenen; hoe ver is dat in kilometers? Als afleiding. Voor we startten vertelde de omroeper over de vlakke eerste 8,5 mijl en de heuvelachtige 1,5 laatste mijl. Ik maak me een beetje zorgen. Zeker als ik tussen de 8 en 9 mijl merk dat ik honger krijg. Ik drink water om een vol gevoel te faken. Het werkt. 

Ik bereid me voor op het bergopwaarts. 
Zo'n 800 meter gaat het omhoog. Maar niet stijl, glooiend. Vind ik. Vindt mijn lichaam. Mijn lichaam dat redelijk gewend is aan het lopen in het Wicklow Mountains gebied. Andere hardlopers hebben het er echter moeilijk mee. 

Is mijn lichaam toch sterker dan ik dacht. 

Die laatste mijl zweef ik zo'n beetje. Wat fijn dit. Ja ik ben moe, ja ik heb honger, ja mijn heup is niet blij. Maar als ik er 9 op heb zitten, kan die tiende ook nog wel. 

400 meter voor de finish roept de omroeper mijn naam op. Nice. 



Ik kom glimlachend over de streep. 


07 augustus 2014

De tegenpolen

Mr Finney was een maand of tien toen mijn vader het al zei: 'Daar krijg je het nog mee te stellen'. 

't Zondagskindje was/is geen extreem makkelijk kindje; alles, alles, alles ziet hij, onthoudt hij en moet hij dan verwerken. Zijn hoofdje werkt belachelijk hard om alles te leren, te kopiëren en een plekje te geven. Maar als je nog geen drie bent, betekent dat vaak een overload. Het is soms gewoon te veel. Dat resulteert bij hem voornamelijk in problemen met slapen; ook dan kan zijn hoofd niet stoppen. (Dit is overigens al zo vanaf dag één. Ik vergeet nooit dat hij 24 uur oud was en weigerde te slapen. Voeden, wiegen, inbakeren, het werkte niet. De verloskundige en ik hebben hem uiteindelijk om drie uur 's nachts in bad gedaan in de hoop hem rozig te maken. Dat werkte, voor een uur of twee). En ik hoef niet uit te leggen wat te weinig slaap met een peuter doet. 

Omdat 't Zondagskindje dus (soms) zoveel energie vraagt, een redelijke gebruiksaanwijzing heeft, van regelmaat en voorspelbaarheid houdt, dachten wij dat Mr Finney dus een makkie werd. Het kind slaapt (of in ieder geval beter dan 't Zondagskindje), past zich aan en heeft geen last van overstimulatie. Appeltje eitje. 

How wrong were we! 

Mr Finney is onze boef, onze sloper, onze Houdini, onze zichzelf woedend op de grond gooier, onze kamikaze, onze doener. 

Niks is veilig. De hoeveelheid speelgoed en huis gerei dat hij al heeft gesloopt is ongelofelijk. Hoe vaak ik hem al van de bovenste tree van de trap heb geplukt, is ontelbaar. Stampvoeten, gillen uit frustratie. Veertien maanden hè, pas veertien maanden. 

't Zondagskindje speelt uren met tractors, graafmachines, dump trucks, blokken, hamers, stenen. Hij bouwt, in zijn eigen wereldje. 

Mr Finney voetbalt, heeft alleen interesse in blokken torens als hij ze mag omgooien en maait de tractor door de kamer als hij er niet op kan klimmen. 

Daar krijgen we het nog mee te stellen.