'Er is brand en je moet (vrij) snel je huis uit. Wat neem je mee?'
Wie kent die vraag niet, uit zo'n gezellig spelletje?
Gisterenavond kon ik proefondervindelijk het volgende lijstje maken:
Foto albums
Paspoorten
Laptops en externe harddrives met foto's
Wat kleren
De memory boxen en zilveren spaarpotjes van de jongens
De fotocamera's
Onze diploma's en scripties
Mijn knuffel (ja echt)
De replica van ons huis die ik maakte tijdens de keramiek cursus
Om half tien, P en ik hangen op de bank en kijken een serie, gaat de telefoon. 'Wie belt er nou om half tien?', is mijn eerste reactie. Het is iemand van het mountain rescue team. Of alles goed gaat. En of we inderdaad nog thuis zijn. Geen idee hebbend waar het over gaat, maakt P nog een grapje. Tot blijkt dat Trooperstown Hill, de heuvel waarop wij wonen, in brand staat.
P loopt naar buiten en ziet het meteen. Boven de bomen die ons huis omringen hangt een rood-oranje gloed. Een combinatie van rook en wolken trekt een witte streep door de gloed. Verderop zien we het schijnsel van zwaailichten.
Dit is niet goed.
P springt de auto in en ik doe thuis m'n best niet te hyperventileren. Ik ben echt bang. Bang om alles kwijt te raken. Het idee! Ik pak de eerste spulletjes; fotoalbum en harddrives. Ik leg de jassen van de jongens klaar.
'Moet ik de brandweer bellen, want weten die überhaupt dat wij hier wonen?' 'We zijn nog geen jaar klaar met dit huis, dit kan niet gebeuren!'
Mijn hoofd maakt overuren.
P komt terug en vertelt dat het er niet al te best uit ziet. We moeten ons verder voorbereiden.
In de tuin, die aan het bos grenst, leggen we alle tuinslangen klaar en spuiten het houtwerk van ons huis nat. P rijdt de tractor en graafmachine de schuur uit en zet ze op veilige afstand van het huis (benzine + vuur = geen goede combi. Hoe P aan dit soort dingen denkt, weet ik echt niet). Hij heeft inmiddels contact gehad met een vriend die bij de lokale politie is en spreekt af dat als hier alles geregeld is hij weer de heuvel op gaat en via een radio contact houdt met hem en de brandweer verderop om verslag te kunnen doen vanaf deze kant. De kant waar de brandweer niet kan komen.
Ondertussen pak ik de rest van de spullen en leg ze in mijn auto. Ik loop door het huis, kamer na kamer, en bedenk wat echt belangrijk voor ons is, wat sentimentele waarde heeft.
Gelukkig ben ik een slechte huisvrouw en staan er twee manden met ongevouwen was in de kamer. Ik pak ze op en zet ze zo in mijn auto.
Om kwart voor twaalf ben ik klaar. Tot mijn opluchting zie ik dat de rood-oranje gloed minder is. Maar ik word niet te enthousiast want het verandert nog ieder kwartier.
Ik loop nog wat rond in huis en maak een kop thee. Rond half één besluit ik P te sms'en om te kijken of er een update is.
'Relax, discussing some plans with fire brigade. Moving some trucks to our side.'
Mijn reactie? 'It's about freaking time! And I need chocolate.'
Om kwart over één belt P: de wind is wat gedraaid, in ons voordeel. Ze gaan de brandweerwagen wat verplaatsen, inderdaad onze richting op. En hij blijft voorlopig daar om de brandweer te helpen bij het vinden van routes want zij kennen natuurlijk de weg niet in dit bos.
Ik ga naar bed. Er is hier nu niks te doen voor mij. De slaap laat, natuurlijk, op zich wachten. Mijn hoofd draait op volle toeren. Ik heb het vreselijk koud. Het feit dat ik de halve avond zonder jas buiten bezig ben geweest, kan daar wel iets mee te maken hebben. Om 2 uur kijk ik voor het laatst op de klok.
Ik word wakker. De andere kant van het bed is nog steeds leeg. Het is vier uur. Ik pak m'n telefoon om P te bellen en op hetzelfde moment hoor ik hem het bospad oprijden. Koud en moe kruipt hij naast me. Het vuur is onder controle. Er is nog één brandweerauto ter plaatse om de boel in de gaten te houden. Maar het ergste is voorbij.
We hebben geluk gehad. Heel veel geluk.
Ons huis staat nog. Zelfs het bos om ons heen is er nog.
Ik ben tien jaar ouder geworden. Dat wel.
Ik ga de auto maar uitpakken. Al m'n belangrijke bezittingen terugzetten op hun plek. Goddank.