Vreemd is het eigenlijk als je er over nadenkt.
Babies ontwikkelen zich (bijna) allemaal op dezelfde manier; zowel binnen als buiten de buik.
Ze leren dingen in dezelfde volgorde, zoals rollen, zitten, staan, lopen.
En het mooie is, nog rond dezelfde leeftijd ook.
Er is echter één ding waar iedere baby zo zijn of haar eigen regel voor blijkt te verzinnen: slapen. En dan met name dóórslapen. Sommige babies doen het vanaf dag twee, sommige vanaf maand twee en er zijn er ook die het pas vanaf jaar twee doen.
Het mooie is dat als je baby wat laat is met omrollen, tanden krijgen, zitten, lopen, praten, men zegt: 'Ach, dat komt van zelf. Ze zijn allemaal anders.'
MAAR, als het om slapen gaat dan moet blijkbaar ineens ie-der-een een mening hebben. Het is ook één van de weinige dingen die men vraagt over je baby: 'En, slaapt 'ie goed?' Je zal nu (bijna) nooit eens horen: 'Babbelt hij fijn tegen je?', 'Eten gaat goed hè?' of 'Hoe is hij met andere kindjes?'.
't Zondagskindje doet overdag korte slaapjes. En slaapt 's nachts niet door. Sterker nog, we zijn vaak meerdere malen per nacht wakker.
Nee dat is niet fijn. Dat is vermoeiend en soms afzien.
Maar de constante vragen, zorgen dat je aan jezelf gaat twijfelen. En aan je baby. Doe je het wel goed? Is er iets mis met hem? En die twijfel en dat zoeken naar zogenaamde oplossingen vraagt nog meer energie dan de eigenlijke gebroken nachten.
Iemand stelde voor dat ik misschien gewoon moest liegen als het gevraagd werd. 'Ja hoor, hij slaapt heerlijk. Die wallen zijn gewoon een nieuwe accesoire die ik uit probeer.' Maar ik doe daar dus niet aan hè, liegen om iemand maar het antwoord te geven dat ze willen horen.
Nee, in plaats daarvan heb ik nu twee tactieken ontwikkeld. Tactieken die de vragensteller zich vervelend laten voelen, niet mij.
1. De shock factor
In een volle apotheek stonden vier vrouwen over mijn baby te kwijlen. Hoe schattig hij is en hoe blauw zijn ogen zijn en hoe mooi hij lacht en en en. Oh hij was fantastisch. Ik voelde de vraag aan komen. 'En, slaapt hij de hele nacht?' Zonder te twijfelen en vol overgave zei ik doodleuk: 'Nee.' Waarop het even stil werd. Vier paar ogen keken me aan, wachtend op de klaagzang. Die niet kwam. Waarop de vrouwen zenuwachtig begonnen te lachen en niet wisten hoe snel ze 't Zondagskindje aan mij terug moesten geven.
Mission accomplished
2. TMI (too much information)
Ik ben al enkele keren op mijn werk geweest met het baby'tje en ik kan er bijna de klok op gelijk zetten, maar na zo'n vijf minuten kletsen, is daar altijd dé vraag. Gevolgd door duizend-en-één adviezen uit grootmoeders tijd. Toen ik vorige week weer even het hotel binnen glipte, was wederom één van de eerste vragen 'Slaapt 'ie al goed voor je?'. En dus starte ik mijn monoloog. Alle technieken, ideeen, suggesties en probeersels die zij mij over de afgelopen vijf maanden hebben gegeven, liet ik even de revue passeren. Ik vertelde over de eindeloze nachten, het slaapgebrek, de wanhopigheid. En toen ik na zo'n tien minuten klaar was met 'klagen' was de enige reponse die ik kreeg een stil: 'Oh.'
Mission accomplished