29 juli 2014

Brandweerman Sam, eat your heart out!

Soms vraag ik me echt af hoe het toch komt dat ik niet meer gedaan krijg op een dag dan de 'bare minimum' en heel soms een extraatje. 
Moet ik beter plannen? 
Werk ik te langzaam?
Hoe doen anderen dat toch?

Dus besloot ik een paar dagen écht op te letten wat ik deed en hoe lang ik er over doe. Dan zou ik het euvel zó op kunnen lossen. Dacht ik. 

Ik heb besloten een rood pak te vragen voor mijn verjaardag volgende maand. Zo-een met een helm. En reflexterende strepen. En dan moet Manlief mijn auto even overspuiten. En er een ladder en spuit op monteren. 

Want eigenlijk ben ik een verijdeld brandweervrouw. 

Brandjes blussen is alles wat ik doe. Het ene noodgeval na het andere komt binnen op de 112 mama-lijn. 

Voorbeeldje:
Na het ontbijt wil ik de tafel afruimen, vaatwasser leeghalen en een was aanzetten. 
Als dat een half uur duurt, dan doe je het op je gemak. 

Maar dan. 
'Ik moet plassen! Mama, even helpen.' (ik help 't Zondagskindje naar de wc, ik 'moet' blijven want hij kan echt met geen mogelijkheid zelf zijn broek omhoog doen, zegt 'ie)
RINKELDEKINKEL (Mr Finney heeft een kommetje uit de vaatwasser, die ik aan het leeghalen was toen ik werd geroepen voor het wc-noodgeval, getrokken en laat dat op de keukenvloer kapot vallen. Ik ren naar de keuken en trek hem, met z'n blote voetjes, tussen de scherven vandaan.)
'Mama, ik ben klaar! Helpen!' (Ik neem Mr Finney mee naar de badkamer en help 't Zondagskinjde van de wc. Mr Finney ziet zijn kans schoon, pakthet uiteinde van de toiletrol vast en rent weg. Badkamer bedolven onder papier. Opruimen, kinderen de deur uit bonjouren en deur dicht)
Stofzuigen, want scherven en splintertjes. 
'Whewhewhewhe' (Mr Finney is bang voor de stofzuiger en dus zuig ik met 12 kilo peuter op de heup de hele hut)
Warempel, het speelt. Dus naar boven, was in de mand en naar de schuur. 
'Whewhewhewhe' (nog voor ik de deur uit bent, staat Mr Finney te huilen. Hij speelt ergens mee en 't Zondagskindje bedacht net dáár mee te willen spelen. Bijna drie vs 14 maanden is een ongelijke strijd. Ik spreek 't Zondagskindje toe en leidt Mr Finney af met iets anders. 
Was in machine, aanzetten, naar binnen. 

ANDERHALF UUR LATER is de tafel afgeruimd, de vaatwasser leeg en draait het wasmachine. 

Het is pas 10 uur.
Gelukkig heb ik nog een hééééééle lang dag voor me liggen om allerlei nuttige dingen te doen. Of zoiets.

26 juli 2014

Dagelijks leven


Jaren riep ik dat ik hortensia's wilde. Vorige jaar plantten we ze en dit jaar stonden ze al prachtig in bloei. 



Soms moet je het onaangename met het aangename verenigen; wat boodschappen doen en een lekker broodje eten.



We moesten er echt aan geloven; Mr Finney moest naar de kapper. 
Hij vond het allemaal wel prima. Maar als je in een vliegtuig zit, heb je natuurlijk sowieso al lol.  



10 uur: koffie tijd.
En fruit en drinken voor de jongens. 
'Nana' is de all-round favoriet.  
 


Nanny heeft een piano in huis. Zij liever dan ik. ;-)



Zondag was race nummer 2 in de Dublin Race Series; 10 kilometer. 
Daarover dit weekend een logje. 



 We willen dolgraag met de jongens gaan kamperen. Maar hoe zou dat dan met de slaapweigeraar, aka 't Zondagskindje, gaan? We besloten te oefenen, in eigen tuin. Het duurde zo'n twee uur voor hij in dromenland was, maar vervolgens sliep hij de hele nacht. Iets wat hij al in geen weken heeft gedaan. Ik denk erover een tent in zijn slaapkamer te zetten.

10 juli 2014

What a difference a day makes

Om maar met de deur in huis te vallen; 't Zondagskindje maakt er weer een potje van als het op slapen aan komt. 

Iets meer dan een maand geleden deden we hem zijn allerlaatste luier om en drie dagen later was hij zowel overdag als 's nachts droog. Ideaal! Die eerste nachten was natuurlijk wennen en werd hij geregeld wakker. Daarna voornamelijk vroeg in de ochtend; een lichtere slaap en een lichaam wat merkte dat de blaas vol was. Twee weken geleden werd hij ook nog ziek en toen was het feest compleet. 

Hij wordt nu regelmatig 's nachts een keer wakker en is om uiterlijk half zes wel klaar met slapen. Denkt hij. Dat is allemaal leuk en aardig, zo voor een dag of twee. Maar het lontje is kort en de energielevels laag. 

Vanochtend meldde hij zich om kwart over vijf, nadat hij ook rond middernacht al wakker was geweest. Hij blieft dan ook niemand anders dan MAMA. Ja, ik voel me ontzetten vereerd, dat snapt u. Hij kreeg het vandaag voor elkaar ook zijn broertje wakker te maken, dus wij hadden voor zessen al twee wakkere kinderen. Dat maakt voor een lange, lange dag. 

Sommige dagen kan ik me er overheen zetten. Sommige dagen niet. 
Vandaag was zo'n 'niet' dag. Het was even op. We hadden tijdens het ontbijt al ruzie. Er werd gejengeld en aan haren getrokken en geduwd en een beker melk omgegooid. 

'Wat doen wij nou zo ontzettend verkeerd?' denk ik dan. En meer van dat soort twijfels. 

Maar de dag draait gewoon door. Zo blijkt. De was werd aangezet, de vaatwasser uitgeruimd. De jongens speelden wat (zonder elkaar de hersens in te rammen!). Mr Finney ging om elf uur naar bed en ik besloot wat één op één tijd met 't Zondagskindje te doen; puzzels en meer van dat soort educatieve spelletjes. Dat was fijn en nodig. We lunchten samen en keken wat Nijntje filmpjes op YouTube toen bleek dat om kwart over vijf opstaan toch wel vermoeind is als je nog geen drie bent. Pas om iets voor twee meldde Mr Finney zich, die ik vervolgens wat te eten gaf en daarna speelden ze heerlijk buiten.  

Voor zevenen lagen ze beiden in dromenland en ging ik nog een heerlijk rondje hardlopen (met dit keer de 8 km wél onder de 50 minuten). 

Ik begon de dag als een hoopje ellende en eindigde hem opgewekt, sterk en energiek. Dat zal niet altijd lukken, maar het is fijn om te zien dat het kan.

30 juni 2014

Dublin Race Series - Race 1: 5 Mile

Heel even zag het er naar uit dat ik niet kon lopen afgelopen zaterdag. Dinsdagavond was er ineens een koortsig Zondagskindje dat vervolgens het virus aan mij door gaf. En zo lag ik vanaf donderdagavond in bed met koorts, hoofd-, keel- en oorpijn, dat werk. 

Maar ik wilde zo graag. Want 1/4 van een serie niet lopen, is dus de serie niet compleet. Lijkt me niet de bedoeling. Dus deed ik iets met slapen en water drinken en PCM slikken en ik voelde me zowaar vrijdagavond weer redelijk ok. 

Om iets over negen kwam ik aan in Phoenix Park. Ik keek even rond, dronk nog wat, leverde mijn tas in. Ik zocht mijn startersvak op. Ik twijfelde; 5 Mile (8 kilometer), mijn doel was onder de 50 minuten te blijven. Dat was haalbaar. Normaal gesproken. Maar er sluimerde nog behoorlijk wat ziektekiemen in mijn lichaam die ik onder controle hield met paracetamol. Wat zouden die gaan doen tijdens de loop? Maar als ik zou kiezen voor 50+ minuten, tja, dan gaf ik eigenlijk al op voor ik uberhaupt begon. En dus maakte ik mijn keuze. 



Om tien uur vertrok de eerste groep en enkele minuten later volgde ons startschot. 



Het zonnetje scheen nog wat en het was fijne vlakke weg. De afstanden werden aangegeven in miles; dat is toch wel een beetje onwennig als je echt alleen kilometers gewend bent. Dat eerste bord kon dus ook niet snel genoeg komen. 1 Mile achter de rug, 1,6 kilometer. 

Veel mensen haalden me in. Mijn benen voelden zwaar. Dit werd bikkelen, wist ik nu al. Maar ik probeerde te focussen op het bord met 2 Mile. Net daarna zouden Manlief, 't Zondagskindje en Mr Finney staan. We zwaaiden en ik ploeterde voort. 

Halverwege was er een scherpe bocht naar rechts. En ik zag mensen bergopwaarts gaan. 'Here we go' dacht ik. Bergopwaarts en ik, wij zijn nog steeds geen vrienden namelijk. Maar het ging. En ik liep door. 

Ik passeerde het 3 Mile bord en keek eens achter me. Want ik werd door zo veel mensen ingehaald steeds dat ik me afvroeg of ik niet al laatste was. Opluchting, nog een hele sliert achter me. 

Het Mile 4 bord liet op zich wachten. We gingen omhoog en omlaag. Maar ik kon niet versnellen bij het omlaag gaan. Ik moest vasthouden aan mijn stabiele tempo, mijn benen konden niet anders. Wandelen deed ik niet. Ik overwoog het, eerlijk toegeven. Maar na mijn vorige race (in het erg heuvelachtige Wicklow, waar ik 2 keer had móeten wandelen) zei iemand: 'Nee, ik heb niet gewandeld. Ik heb heeeeeel langzaam gerend. Want daar ben ik hier voor.' En ze had gelijk. Dus rende ik. Heeeeeel langzaam.

Die laatste Mile. Regen. Eerst wat druppels. Toen regen. De laatste 800 meter echte regen-regen. Zou Manlief de kinderen naar de auto hebben gebracht? Ik weigerde op mijn telefoon te kijken om mijn tijd te controleren. Ik wíst dat het niet snel genoeg was voor mijn streeftijd. Maar ik wist ook dat ik niet de energie had om nog te versnellen. En dat ik dus allen maar chagrijnig zou worden van de tijd die mijn telefoon aan ging geven. Gewoon doorlopen en finishen. 

51;56
8.23 Km
Done.



Ik kreeg mijn race t-shirt, een banaan, goody bag, rugzakje. En liep door. 
Ik moest mijn tas gaan halen en het begon steeds harder te regenen. 
'Oh kijk, daar zijn ze aan het stretchen. Moet ik ook even doen, eigenlijk.' 
En toen hield het op met regenen. En begon het te hozen. 
Ik schuilde onder een boom en belde Manlief.
Die bij de finish stond. Met 't Zondagskindje. En Mr Finney. In de hoosbui. 

We vonden elkaar en hij rende zo snel mogelijk naar de auto terwijl ik mijn tas haalde. 
Tja, natter dan dit ging ik toch niet meer worden. 



We kleedden de kinderen om. Ik trok ook droog spul aan en we reden naar huis. 

Ik vergat alleen te stretchen.
Dus had ik twee dagen plezier van deze 5 Mile. 


16 juni 2014

Vriendjes

Ik zit naast zijn bedje. 
Hij was wakker geworden. 
Mijn hand op zijn rug was genoeg om hem terug te sturen naar dromenland. 

Zijn ademhaling wordt langzamer en dieper.
En ik denk aan de moeizame dag die we hadden; geen van beide met een goed humeur. 
Hij testte mijn grenzen en ik was koppig genoeg om hem er niet overheen te laten gaan. 

Maar wij zijn vriendjes.


10 juni 2014

Weekmenu

De weekmenus gaan hier nog gewoon door. Af en toe sla ik een weekje over. Om er vervolgens op dinsdag al achter te komen dat het toch echt makkelijker is mét menu. 

Het samenstellen van zo'n menu is natuurlijk niet bijster moeilijk. Ik hou me aan een paar kleine 'regeltjes' en de rest komt vaak vanzelf;
- Maximaal twee keer per week aardappelen, pasta en rijst. Variatie is het sleutelwoord. 
- Wissel vis, kip, rundvlees en varkensvlees af. Ik ben zelf geen varkensvlees-fan en dat komt dus ook niet heel regelmatig op tafel. Maar omdat ik graag wil dat de jongens 'alles eten' zorg ik voor, jawel, variantie.
- Één keer per week vegetarisch. Daar maak ik geen grote ophef over, want ik zit met drie mannen aan tafel en mannen houden van vlees. Maar als je het er niet over hebt, merken ze er vaak niks van. 
- Één keer per week eten Manlief en ik als de kinderen op bed liggen. Samen, iets makkelijks, vaak lui op de bank. 
- Als er een keer iets tussen komt en een bepaalde maaltijd wordt niet gemaakt, schuift hij door naar de volgende week. Om de simpele reden dat ik de ingrediënten vaak al in huis heb. 
- Ooit had ik nog de regel, of beter gezegd ambitie, om eens per week iets nieuws te koken. Op het moment komt dat er niet altijd van. Maar het is een mooie manier om te voorkomen dat je vaak hetzelfde op tafel zet. 

Maar wat eten we dan deze week? 
Nou, het volgende:

Maandag: Ovenfrietjes, kabeljauwfilet en erwten
Dinsdag: Omelet (v) gemaakt door de Master Omelet Bakker van het platteland, Manlief
Woensdag: Aardappelpartjes met rozemarijn en olijfolie uit de oven, lamsburgers en wortel
Donderdag: Kip korma met rijst
Vrijdag: Iets makkelijks (uit de vriezer oid) voor de jongens en pizza voor ons
Zaterdag: Spagetti bolognese met knoflookbrood en salade
Zondag: Nog geen enkel idee

04 juni 2014

Geen idee

Ik heb het weer. 
Ik zoek het weer.
Mijn roeping, mijn ding, mijn passie, mijn toekomst.

Vandaag was niet zo'n makkelijke dag. 
Die dagen heb je soms, met twee kleine kinderen. 
't Zondagskindje was te vroeg wakker en Mr Finney deed een dutje van maar drie kwartier. Het resultaat was natuurlijk twee erg vermoeide kindjes, met alle gevolgen van dien. 

Toen ze uiteindelijk beide in bed lagen, was het eerste wat in me op kwam:
Ik zou willen dat ik een baan had. 
Dan wist ik dat ik morgen, of misschien vrijdag, een dag iets anders mocht doen dan alleen maar moederen. (Ja ik doe dit met veel liefde en plezier. Nee ik denk niet dat werkende moeders het makkelijk hebben. Nee laten we niet de thuisblijf vs werkende mama discussie voeren. Nee daar gaat het hier niet om)

'Zoek dan een baan!' roept u nu natuurlijk naar uw beeldscherm.
Ja. Dat is helaas niet zo heel makkelijk. 
Weinig banen. Nog minder part time banen. Nog veel minder banen op minder dan een uur reizen. 
Onze keuze voor nu is dat ik bij de jongens blijf. Tenzij dé droombaan zich aan dient. Wat overigens een paar weken geleden gebeurde. Waar ik toen op solliciteerde en behalve de automatische bevestigings email niets meer van hoorde. Ook niet toen ik na 10 dagen nog eens contact op nam. Zo gaat het hier nu, met sollicictaties. 

Wat een inleiding zeg.

Het punt is dus een beetje dat ik niet weet wat ik leuk vind. 
Nee dat zeg ik verkeerd. 
Ik vind zo veel leuk dat ik niet weet wat ik het leukst vind.

Dan zie ik mensen die echt hun roeping hebben gevonden. 
De één wordt juf (haaaaai Zuster!), de ander studeert tig jaar om dokter te worden, weer een ander tekent en schildert ieder uur van de dag en dan heb je iemand die het liefst heel de dag met dieren en natuur werkt. Ik ken ze allemaal. Die mensen doen dat waar hun hart heel blij van wordt, waar ze energie van krijgen, dat waar ze goed in zijn. 

Ik hou van koken en bakken. 
Ik hou van fotograferen.
Ik hou van naaien en haken. 
Ik hou van kaarsen maken.
Ik hou van schrijven.
Ik hou van ontwerpen; het praktische en het esthetische combineren. 

Maar waar nou mijn toekomst ligt?
Waar ik mijn ziel en zaligheid in kan leggen?
Energie van kan krijgen? 

Geen idee.