27 augustus 2014

Dublin Race Series - Race 3: 10 Miles

Man, man, wat een twijfel.

'Wie houd ik nou voor de gek, denkend dat ik 16 kilometer kan hardlopen?'
'Duizenden mensen doen dit. Dan moet ik dit toch ook kunnen?'
'Besluiten niet te gaan, zou op zich ook een overwinning zijn. Een overwinning op mijn koppigheid.'
'Failure is not an option. Ever.'



Er werd weinig gelopen de afgelopen maand. Augustus is druk en slecht slapen betekent weinig energie. Het laatste waar ik 's ochtends om 7 uur, na een gebroken nacht, zin in heb, is hardlopen. Het laatste waar ik 's avonds om acht uur zin in heb, na een drukke dag met de jongens en een moeilijk bedritueel, is hardlopen. 

Maandag voor de race liep ik even. Drama. Dat was echt drie keer niks.
Donderdag was het erop of eronder; ik besloot acht kilometer te lopen (de helft van wat ik zaterdag zou lopen) en dan besluiten te gaan of niet. Die acht kilometer gingen verrassend goed. Gaan dus.

Om half tien kwam ik aan, leverde mijn tas in. Brrrrr, koud zo in mijn hempje. Misschien toch de verkeerde kledingkeuze gemaakt? Ik wandelde naar mijn startersvak en spontaan brak de zon door.



Iets over tien ging het startschot voor mijn vak. Wat een drukte; 5800 deelnemers!
We renden de zon tegemoet.

Na ongeveer anderhalve mijl zag ik ineens Manlief en de jongens staan. We zwaaiden, hij riep iets van 'nog maar negen te gaan!' en toen waren ze alweer uit het zicht. 

Die linker heup. Hmmmm. Toch niet helemaal 100%, zo bleek. Maar het voordeel van een race is dat er zo veel afleiding is. Mensen, nieuwe omgeving, de irritante muziek van iemand net achter me. Je vergeet, bijna, je eigen 'gevecht'. 

Mijl 2 en 3 gingen niet zo vlot; ik greep me vast (figuurlijk hè mensen, figuurlijk) aan een koppel dat een voor mij fijn tempo liep en volgde hen op de voet. Ik moest een ritme vinden. 

Net na het 3 mijl bord de eerste waterstop. Maar wat was ik blij met mijn eigen waterflesjes. Ik heb daarmee een constante toegang tot water en hoef niet al rennend uit een bekertje te drinken. Ik raak het koppel kwijt, zij drinken wat. 

En dan ineens gaat het lekker. Ik kan zowaar glimlachen. Zie mensen (heel veel mensen) voor me en haal er een paar in. Ik klets wat met een mede moeder hardloopster over haar kotsend kind die nacht en mijn slaapweigeraars. En dan ineens ben ik halverwege. 5 mijl. 

Maar hé, daar zit iemand in het gras. Met een paars tshirt aan. Het paarse tshirt dat je krijgt BIJ DE FINISH! Holy shit; deze jongeman is al gefinisht. Ik ben pas halverwege. Ik vind het vrij hilarisch. (Later bleek de winnaar te zijn gefinisht in 49:42. Dat is niet normaal). 

Ik loop weer op de weg waar we startten, met m'n gezicht in de zon. Wat heerlijk. 

Ik zie ze al lang voor zij mij zien; Na 6 mijl staat mijn cheerleading team weer paraat. Precies op het goede moment. Ik vind mijn 'second wind' en loop heerlijk door naar het 7 mijl punt. 

Vanaf daar begint het rekenen; hoe ver is dat in kilometers? Als afleiding. Voor we startten vertelde de omroeper over de vlakke eerste 8,5 mijl en de heuvelachtige 1,5 laatste mijl. Ik maak me een beetje zorgen. Zeker als ik tussen de 8 en 9 mijl merk dat ik honger krijg. Ik drink water om een vol gevoel te faken. Het werkt. 

Ik bereid me voor op het bergopwaarts. 
Zo'n 800 meter gaat het omhoog. Maar niet stijl, glooiend. Vind ik. Vindt mijn lichaam. Mijn lichaam dat redelijk gewend is aan het lopen in het Wicklow Mountains gebied. Andere hardlopers hebben het er echter moeilijk mee. 

Is mijn lichaam toch sterker dan ik dacht. 

Die laatste mijl zweef ik zo'n beetje. Wat fijn dit. Ja ik ben moe, ja ik heb honger, ja mijn heup is niet blij. Maar als ik er 9 op heb zitten, kan die tiende ook nog wel. 

400 meter voor de finish roept de omroeper mijn naam op. Nice. 



Ik kom glimlachend over de streep. 


07 augustus 2014

De tegenpolen

Mr Finney was een maand of tien toen mijn vader het al zei: 'Daar krijg je het nog mee te stellen'. 

't Zondagskindje was/is geen extreem makkelijk kindje; alles, alles, alles ziet hij, onthoudt hij en moet hij dan verwerken. Zijn hoofdje werkt belachelijk hard om alles te leren, te kopiëren en een plekje te geven. Maar als je nog geen drie bent, betekent dat vaak een overload. Het is soms gewoon te veel. Dat resulteert bij hem voornamelijk in problemen met slapen; ook dan kan zijn hoofd niet stoppen. (Dit is overigens al zo vanaf dag één. Ik vergeet nooit dat hij 24 uur oud was en weigerde te slapen. Voeden, wiegen, inbakeren, het werkte niet. De verloskundige en ik hebben hem uiteindelijk om drie uur 's nachts in bad gedaan in de hoop hem rozig te maken. Dat werkte, voor een uur of twee). En ik hoef niet uit te leggen wat te weinig slaap met een peuter doet. 

Omdat 't Zondagskindje dus (soms) zoveel energie vraagt, een redelijke gebruiksaanwijzing heeft, van regelmaat en voorspelbaarheid houdt, dachten wij dat Mr Finney dus een makkie werd. Het kind slaapt (of in ieder geval beter dan 't Zondagskindje), past zich aan en heeft geen last van overstimulatie. Appeltje eitje. 

How wrong were we! 

Mr Finney is onze boef, onze sloper, onze Houdini, onze zichzelf woedend op de grond gooier, onze kamikaze, onze doener. 

Niks is veilig. De hoeveelheid speelgoed en huis gerei dat hij al heeft gesloopt is ongelofelijk. Hoe vaak ik hem al van de bovenste tree van de trap heb geplukt, is ontelbaar. Stampvoeten, gillen uit frustratie. Veertien maanden hè, pas veertien maanden. 

't Zondagskindje speelt uren met tractors, graafmachines, dump trucks, blokken, hamers, stenen. Hij bouwt, in zijn eigen wereldje. 

Mr Finney voetbalt, heeft alleen interesse in blokken torens als hij ze mag omgooien en maait de tractor door de kamer als hij er niet op kan klimmen. 

Daar krijgen we het nog mee te stellen. 

29 juli 2014

Brandweerman Sam, eat your heart out!

Soms vraag ik me echt af hoe het toch komt dat ik niet meer gedaan krijg op een dag dan de 'bare minimum' en heel soms een extraatje. 
Moet ik beter plannen? 
Werk ik te langzaam?
Hoe doen anderen dat toch?

Dus besloot ik een paar dagen écht op te letten wat ik deed en hoe lang ik er over doe. Dan zou ik het euvel zó op kunnen lossen. Dacht ik. 

Ik heb besloten een rood pak te vragen voor mijn verjaardag volgende maand. Zo-een met een helm. En reflexterende strepen. En dan moet Manlief mijn auto even overspuiten. En er een ladder en spuit op monteren. 

Want eigenlijk ben ik een verijdeld brandweervrouw. 

Brandjes blussen is alles wat ik doe. Het ene noodgeval na het andere komt binnen op de 112 mama-lijn. 

Voorbeeldje:
Na het ontbijt wil ik de tafel afruimen, vaatwasser leeghalen en een was aanzetten. 
Als dat een half uur duurt, dan doe je het op je gemak. 

Maar dan. 
'Ik moet plassen! Mama, even helpen.' (ik help 't Zondagskindje naar de wc, ik 'moet' blijven want hij kan echt met geen mogelijkheid zelf zijn broek omhoog doen, zegt 'ie)
RINKELDEKINKEL (Mr Finney heeft een kommetje uit de vaatwasser, die ik aan het leeghalen was toen ik werd geroepen voor het wc-noodgeval, getrokken en laat dat op de keukenvloer kapot vallen. Ik ren naar de keuken en trek hem, met z'n blote voetjes, tussen de scherven vandaan.)
'Mama, ik ben klaar! Helpen!' (Ik neem Mr Finney mee naar de badkamer en help 't Zondagskinjde van de wc. Mr Finney ziet zijn kans schoon, pakthet uiteinde van de toiletrol vast en rent weg. Badkamer bedolven onder papier. Opruimen, kinderen de deur uit bonjouren en deur dicht)
Stofzuigen, want scherven en splintertjes. 
'Whewhewhewhe' (Mr Finney is bang voor de stofzuiger en dus zuig ik met 12 kilo peuter op de heup de hele hut)
Warempel, het speelt. Dus naar boven, was in de mand en naar de schuur. 
'Whewhewhewhe' (nog voor ik de deur uit bent, staat Mr Finney te huilen. Hij speelt ergens mee en 't Zondagskindje bedacht net dáár mee te willen spelen. Bijna drie vs 14 maanden is een ongelijke strijd. Ik spreek 't Zondagskindje toe en leidt Mr Finney af met iets anders. 
Was in machine, aanzetten, naar binnen. 

ANDERHALF UUR LATER is de tafel afgeruimd, de vaatwasser leeg en draait het wasmachine. 

Het is pas 10 uur.
Gelukkig heb ik nog een hééééééle lang dag voor me liggen om allerlei nuttige dingen te doen. Of zoiets.

26 juli 2014

Dagelijks leven


Jaren riep ik dat ik hortensia's wilde. Vorige jaar plantten we ze en dit jaar stonden ze al prachtig in bloei. 



Soms moet je het onaangename met het aangename verenigen; wat boodschappen doen en een lekker broodje eten.



We moesten er echt aan geloven; Mr Finney moest naar de kapper. 
Hij vond het allemaal wel prima. Maar als je in een vliegtuig zit, heb je natuurlijk sowieso al lol.  



10 uur: koffie tijd.
En fruit en drinken voor de jongens. 
'Nana' is de all-round favoriet.  
 


Nanny heeft een piano in huis. Zij liever dan ik. ;-)



Zondag was race nummer 2 in de Dublin Race Series; 10 kilometer. 
Daarover dit weekend een logje. 



 We willen dolgraag met de jongens gaan kamperen. Maar hoe zou dat dan met de slaapweigeraar, aka 't Zondagskindje, gaan? We besloten te oefenen, in eigen tuin. Het duurde zo'n twee uur voor hij in dromenland was, maar vervolgens sliep hij de hele nacht. Iets wat hij al in geen weken heeft gedaan. Ik denk erover een tent in zijn slaapkamer te zetten.

10 juli 2014

What a difference a day makes

Om maar met de deur in huis te vallen; 't Zondagskindje maakt er weer een potje van als het op slapen aan komt. 

Iets meer dan een maand geleden deden we hem zijn allerlaatste luier om en drie dagen later was hij zowel overdag als 's nachts droog. Ideaal! Die eerste nachten was natuurlijk wennen en werd hij geregeld wakker. Daarna voornamelijk vroeg in de ochtend; een lichtere slaap en een lichaam wat merkte dat de blaas vol was. Twee weken geleden werd hij ook nog ziek en toen was het feest compleet. 

Hij wordt nu regelmatig 's nachts een keer wakker en is om uiterlijk half zes wel klaar met slapen. Denkt hij. Dat is allemaal leuk en aardig, zo voor een dag of twee. Maar het lontje is kort en de energielevels laag. 

Vanochtend meldde hij zich om kwart over vijf, nadat hij ook rond middernacht al wakker was geweest. Hij blieft dan ook niemand anders dan MAMA. Ja, ik voel me ontzetten vereerd, dat snapt u. Hij kreeg het vandaag voor elkaar ook zijn broertje wakker te maken, dus wij hadden voor zessen al twee wakkere kinderen. Dat maakt voor een lange, lange dag. 

Sommige dagen kan ik me er overheen zetten. Sommige dagen niet. 
Vandaag was zo'n 'niet' dag. Het was even op. We hadden tijdens het ontbijt al ruzie. Er werd gejengeld en aan haren getrokken en geduwd en een beker melk omgegooid. 

'Wat doen wij nou zo ontzettend verkeerd?' denk ik dan. En meer van dat soort twijfels. 

Maar de dag draait gewoon door. Zo blijkt. De was werd aangezet, de vaatwasser uitgeruimd. De jongens speelden wat (zonder elkaar de hersens in te rammen!). Mr Finney ging om elf uur naar bed en ik besloot wat één op één tijd met 't Zondagskindje te doen; puzzels en meer van dat soort educatieve spelletjes. Dat was fijn en nodig. We lunchten samen en keken wat Nijntje filmpjes op YouTube toen bleek dat om kwart over vijf opstaan toch wel vermoeind is als je nog geen drie bent. Pas om iets voor twee meldde Mr Finney zich, die ik vervolgens wat te eten gaf en daarna speelden ze heerlijk buiten.  

Voor zevenen lagen ze beiden in dromenland en ging ik nog een heerlijk rondje hardlopen (met dit keer de 8 km wél onder de 50 minuten). 

Ik begon de dag als een hoopje ellende en eindigde hem opgewekt, sterk en energiek. Dat zal niet altijd lukken, maar het is fijn om te zien dat het kan.

30 juni 2014

Dublin Race Series - Race 1: 5 Mile

Heel even zag het er naar uit dat ik niet kon lopen afgelopen zaterdag. Dinsdagavond was er ineens een koortsig Zondagskindje dat vervolgens het virus aan mij door gaf. En zo lag ik vanaf donderdagavond in bed met koorts, hoofd-, keel- en oorpijn, dat werk. 

Maar ik wilde zo graag. Want 1/4 van een serie niet lopen, is dus de serie niet compleet. Lijkt me niet de bedoeling. Dus deed ik iets met slapen en water drinken en PCM slikken en ik voelde me zowaar vrijdagavond weer redelijk ok. 

Om iets over negen kwam ik aan in Phoenix Park. Ik keek even rond, dronk nog wat, leverde mijn tas in. Ik zocht mijn startersvak op. Ik twijfelde; 5 Mile (8 kilometer), mijn doel was onder de 50 minuten te blijven. Dat was haalbaar. Normaal gesproken. Maar er sluimerde nog behoorlijk wat ziektekiemen in mijn lichaam die ik onder controle hield met paracetamol. Wat zouden die gaan doen tijdens de loop? Maar als ik zou kiezen voor 50+ minuten, tja, dan gaf ik eigenlijk al op voor ik uberhaupt begon. En dus maakte ik mijn keuze. 



Om tien uur vertrok de eerste groep en enkele minuten later volgde ons startschot. 



Het zonnetje scheen nog wat en het was fijne vlakke weg. De afstanden werden aangegeven in miles; dat is toch wel een beetje onwennig als je echt alleen kilometers gewend bent. Dat eerste bord kon dus ook niet snel genoeg komen. 1 Mile achter de rug, 1,6 kilometer. 

Veel mensen haalden me in. Mijn benen voelden zwaar. Dit werd bikkelen, wist ik nu al. Maar ik probeerde te focussen op het bord met 2 Mile. Net daarna zouden Manlief, 't Zondagskindje en Mr Finney staan. We zwaaiden en ik ploeterde voort. 

Halverwege was er een scherpe bocht naar rechts. En ik zag mensen bergopwaarts gaan. 'Here we go' dacht ik. Bergopwaarts en ik, wij zijn nog steeds geen vrienden namelijk. Maar het ging. En ik liep door. 

Ik passeerde het 3 Mile bord en keek eens achter me. Want ik werd door zo veel mensen ingehaald steeds dat ik me afvroeg of ik niet al laatste was. Opluchting, nog een hele sliert achter me. 

Het Mile 4 bord liet op zich wachten. We gingen omhoog en omlaag. Maar ik kon niet versnellen bij het omlaag gaan. Ik moest vasthouden aan mijn stabiele tempo, mijn benen konden niet anders. Wandelen deed ik niet. Ik overwoog het, eerlijk toegeven. Maar na mijn vorige race (in het erg heuvelachtige Wicklow, waar ik 2 keer had móeten wandelen) zei iemand: 'Nee, ik heb niet gewandeld. Ik heb heeeeeel langzaam gerend. Want daar ben ik hier voor.' En ze had gelijk. Dus rende ik. Heeeeeel langzaam.

Die laatste Mile. Regen. Eerst wat druppels. Toen regen. De laatste 800 meter echte regen-regen. Zou Manlief de kinderen naar de auto hebben gebracht? Ik weigerde op mijn telefoon te kijken om mijn tijd te controleren. Ik wíst dat het niet snel genoeg was voor mijn streeftijd. Maar ik wist ook dat ik niet de energie had om nog te versnellen. En dat ik dus allen maar chagrijnig zou worden van de tijd die mijn telefoon aan ging geven. Gewoon doorlopen en finishen. 

51;56
8.23 Km
Done.



Ik kreeg mijn race t-shirt, een banaan, goody bag, rugzakje. En liep door. 
Ik moest mijn tas gaan halen en het begon steeds harder te regenen. 
'Oh kijk, daar zijn ze aan het stretchen. Moet ik ook even doen, eigenlijk.' 
En toen hield het op met regenen. En begon het te hozen. 
Ik schuilde onder een boom en belde Manlief.
Die bij de finish stond. Met 't Zondagskindje. En Mr Finney. In de hoosbui. 

We vonden elkaar en hij rende zo snel mogelijk naar de auto terwijl ik mijn tas haalde. 
Tja, natter dan dit ging ik toch niet meer worden. 



We kleedden de kinderen om. Ik trok ook droog spul aan en we reden naar huis. 

Ik vergat alleen te stretchen.
Dus had ik twee dagen plezier van deze 5 Mile. 


16 juni 2014

Vriendjes

Ik zit naast zijn bedje. 
Hij was wakker geworden. 
Mijn hand op zijn rug was genoeg om hem terug te sturen naar dromenland. 

Zijn ademhaling wordt langzamer en dieper.
En ik denk aan de moeizame dag die we hadden; geen van beide met een goed humeur. 
Hij testte mijn grenzen en ik was koppig genoeg om hem er niet overheen te laten gaan. 

Maar wij zijn vriendjes.